Voorbereidend, aanvankelijk en voortgezet rekenen.

Hetzelfde verhaal als voor het voorbereidend lezen geldt ook voor het voorbereidend rekenen. Ook dit proces wordt intensief op school gevolgd en ook al vanaf groep 1. Dit wordt o.a. gedaan door de Citotoets Ordenen en later door de Citotoets Rekenen/Wiskunde. Ook geven de toetsen, die worden afgenomen vanuit de methode die de leerling in de groep gebruikt, een goed en helder beeld over hoe het kind zich ontwikkelt op rekengebied. 
 
Telvaardigheid is een belangrijke voorwaarde voor het rekenen.
Het ontwikkelingsverloop van de telvaardigheid geef ik hieronder aan:

  • Tellen via herkennen (vanaf 2 ½ jaar).
  • Akoestisch tellen (vanaf 3 ½ jaar).
  • Asynchroon tellen (vanaf 4 jaar).
  • Ordenend tellen (vanaf 4 ½ jaar).
  • Resultatief tellen (vanaf 5 jaar).
  • Verkort resultatief tellen (vanaf 5 ½ jaar).

Er is een sterk verband tussen problemen bij het voorbereidend rekenen en het feitelijke rekenen vanaf groep 3.

Dyscalculie (rekenstoornis) kan pas met zekerheid worden vastgesteld op het moment dat kinderen ook daadwerkelijk beginnen met rekenen, dus in de loop van groep 3 en nadat er intensief door een deskundige op dit gebied (ervaren en gespecialiseerde remedial teacher), individueel is gewerkt aan de problemen die het kind met rekenen ervaart.
Toch is er aan aantal signalen dat op kleuterleeftijd in de richting van dyscalculie kan wijzen. De kenmerken zijn echter alleen de voorbode van dyscalculie als ze hardnekkig zijn. Dit betekent dat, ondanks het feit dat er extra werd geoefend in groep 1 en 2, de leerkracht merkt dat het kind problemen blijft houden met een aantal van deze taken die verband houden met de eventuele dyscalculie.
 
In het voortgezet onderwijs is het vak rekenen, en het met een voldoende afronden hiervan, verplicht gesteld bij sommige niveaus. Momenteel zijn er hierover echter nog veel discussies gaande. Als een leerling het vak rekenen niet succesvol heeft afgerond, mag deze leerling geen eindexamen doen, tenzij er sprake is van gediagnosticeerde dyscalculie en er voldoende is ingezet om deze leerling adequaat te helpen. Het echte rekenen, zonder hierbij gebruik te mogen maken van de calculator, blijft dus erg belangrijk.
 
Kinderen met dyscalculie hebben in eerste instantie altijd rekenproblemen. Pas na veel goede rekenhulp gaat een kind met rekenproblemen vooruit, terwijl men bij het kind met dyscalculie, ook met dezelfde hulp, nauwelijks vooruitgang boekt, tenzij het kind wordt geholpen door een goede remedial teacher en zelfs dan weet ik door het behandelen van enkele van ‘mijn’ leerlingen dat het een lastig proces kan zijn! Voor de leerling in kwestie betekent dit vaak hard werken en daarnaast veel begrip voor de problemen die worden ervaren door de omgeving van de leerling. Deze leerling heeft veel motivatie nodig om door te zetten en de rekenproblemen onder de knie te krijgen. 
Het is natuurlijk ook de taak van mij, als remedial teacher, om de leerling naast een goede behandeling voor de problematiek, ook voldoende te motiveren om de behandeling ook succesvol te willen en kunnen doorlopen. Oefening om alles onder de knie te krijgen is daarbij zeker ook noodzakelijk, dus ook thuis moet worden geoefend: OEFENING BAART KUNST! 
 
Aarzel niet om bij twijfel contact op te nemen met mij.
 
Eerste signalen naast de telvaardigheid in groep 1 en 2:

  • niet zo vlot kunnen tellen;
  • minder spontaan vergelijken van hoeveelheden;
  • niet snel overzien van kleine hoeveelheden of de puntjes op een dobbelsteen steeds maar weer moeten tellen;
  • moeite hebben met het onthouden van de namen van de getallen;
  • minder vaardig zijn in het classificeren en ordenen;
  • problemen met het onthouden van de namen van de vormen, kleuren en dagen;
  • problemen met abstracte rekenbegrippen als ‘veel’, ‘meer dan’ of ‘minder dan’;
  • problemen met het onthouden van de richtingen (links en rechts);
  • problemen met het onthouden van langere stappenplannen en instructies;
  • minder gericht zijn op tellen en cijfers en hier ook minder interesse in hebben.