Problemen met rekenen.

Evenals voor de leesproblemen zijn rekenproblemen relatief snel op te lossen.

Dyscalculie echter is een veel ingewikkelder probleem.
De problemen van kinderen met dyscalculie in de eerste jaren van de basisschool zijn nogal uiteenlopend. Er zijn grofweg vier soorten te onderscheiden:

  1. Onthouden en oproepen van rekenkundige informatie, zoals de tafels van vermenigvuldiging, splitsen tot tien, groter dan en kleiner dan, begrippen als som, verschil, product en quotiënt. Ook regeltjes onthouden, als breuken vereenvoudigen, lukt deze kinderen nauwelijks. Deze leerlingen slagen er soms ook niet in om de uitkomst snel als rekenfeit uit het geheugen op te roepen. Daardoor blijft het rekenen veel trager verlopen dan bij de andere kinderen in de klas. Deze kinderen zijn niet dom, maar bij hen blijft het rekenen een ‘bewust’ gebeuren. Ze moeten blijven nadenken en zelfs eenvoudige sommen zijn lastig te automatiseren. Deze problemen zijn hardnekkig. Veel kinderen met dyscalculie houden problemen met hoofdrekenen. Hun resultaten bij het optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen wisselen nogal. Soms lukt het behoorlijk, soms helemaal niet. Als ze de tussenstappen mogen noteren en als ze voldoende tijd krijgen, lukt het beter. Dit is te verklaren vanuit de gebrekkige werking van hun kortermijngeheugen. Dit deel van het geheugen dient als een soort kladblok, waar informatie voor korte tijd wordt bijgehouden. Bij hoofdrekenen maakt iedereen hier voortdurend gebruik van. We onthouden kort een tussenstap en rekenen dan verder. Door de tussenstappen op te schrijven, wordt het kortetermijngeheugen minder belast.
  2. Onthouden en volgen van het stappenplan.Deze kinderen beginnen meestal goed, maar vergeten vaak waar ze zijn gebleven in een bewerking en moeten dan opnieuw beginnen. Deze problemen uiten zich ook bij bewegingsactiviteiten, zoals aerobic of dansen, waar de volgorde van danspassen belangrijk is. Ze vinden het ook lastig om de tussenstand tijdens een spel te onthouden of ze weten niet meer wie aan de beurt is. Denkspelen, zoals schaken, zijn voor sommige kinderen met dyscalculie dan ook een hele uitdaging, omdat hier een strategisch plan voor nodig is (bijvoorbeeld de stappen van de tegenstander onthouden en vooruitdenken). Daardoor slagen ze er wellicht niet in om langere bewerkingen correct uit te voeren. Het kind heeft misschien wel inzicht in de getallen, maar het lukt hem niet om goed met cijfers en hoeveelheden om te gaan.
  3. Voorstellen van de betekenis van de getallen en figuren. Sommige kinderen kunnen moeilijk schatten of zich een figuur driedimensionaal voorstellen. Ze blijven bijvoorbeeld problemen houden met de functie van de grote en kleine wijzer van de klok en met de draairichting van de wijzers. Ze hebben vaak ook moeite om voorstellingen te koppelen aan eenheden (wat is meter/liter/gram?) of kunnen tabellen moeilijk op de juiste manier interpreteren. Het valt ook op dat deze kinderen weinig aandacht besteden aan de lay-out van hun werk. Ze zijn bijvoorbeeld niet nauwkeurig in het recht onder elkaar zetten van getallen in kolommen, wat hen bij berekeningen soms moeilijkheden geeft.
  4. Moeite met het getallenstelsel. Bijvoorbeeld: 25 = 2 tientallen en 5 eenheden of lossen. Deze kinderen hebben moeite om snel getallen op de getallenlijn te plaatsen. Wat zijn de buureenheden van 25 of 2.368? Vaak hebben ze ook problemen met getallen lezen en het maken van een getallendictee onder tijdsdruk.

U ziet dat kinderen met dyscalculie niet alleen problemen hoeven te hebben met een rekenopgave. Het is vaak ook van invloed op andere aspecten in hun leven.
 
Dyscalculie is een hardnekkige stoornis. Het is een aangeboren stoornis, waar je niet zomaar overheen kunt groeien. Kinderen met dyscalculie hebben ook in het voortgezet onderwijs (en later in het hoger onderwijs of op volwassen leeftijd) te kampen met problemen als gevolg van de rekenstoornis, zowel tijdens hun studie als in het dagelijks leven.
Over de oorzaak van dyscalculie is nog niet veel bekend. Wellicht kan het erfelijk zijn; het is wel bekend dat ernstige rekenproblemen vaak bij meerdere personen in de familie voorkomen. Ook problemen met het geheugen in het algemeen, of juist met rekenen, kunnen een rol spelen.
 
Dyscalculie betekent ook: niet kunnen berekenen. Kinderen met deze stoornis hebben problemen met het leren van de basisvaardigheden van het rekenen. Deze worden geleerd vanaf groep 1 tot en met groep 4. In groep 1 en 2 leren kinderen bijvoorbeeld omgaan met hoeveelheden, maar ook met het knutselen en het spelen met bijvoorbeeld mozaïek, blokken, puzzels, etc. wat erg belangrijk is voor de ruimtelijke ontwikkeling.
Vanaf groep 3 bouwt de leerkracht hierop voort. Eerst met sommen tot 10, later tot 20, etc.
 
Bovengenoemde, zeer belangrijke, basisvaardigheden vormen de basis en het fundament voor het voortgezet rekenen en worden dan ook intensief geoefend, met als doel ze te automatiseren.
Wanneer dit proces goed verloopt, worden deze vaardigheden opgeslagen in het langetermijngeheugen en kunnen zonder moeite dus weer, op ieder moment, naar boven gehaald worden.
Als hier problemen mee zijn, stort later het hele bouwwerk toch in elkaar. Denk maar aan een huis waar de fundering niet goed is, maar waar een verdieping op wordt gezet.
 
Wanneer dyscalculie niet op tijd wordt herkend op school, kan er een verkeerd beeld ontstaan over de mogelijkheden van een kind die deze problemen ervaart, want soms wordt het als dom, lui, etc. aangezien. Ik zie ook leerlingen in mijn praktijk die dan steeds maar weer dezelfde sommen moeten oefenen, terwijl hen dit echt niet gaat lukken. Ze staan dan compleet stil in hun rekenontwikkeling en eigenlijk kunnen deze, vaak hele slimme kinderen, ook best met moeilijkere, andere rekenstof oefenen! Het kind kan door deze stilstand en steeds maar weer hetzelfde moeten oefenen onnodig veel moeilijkheden ondervinden, frustraties oplopen en hierdoor zelfs faalangstig, depressief of agressief worden.
 
Daarom ook is het van belang dat er op een goede manier gewerkt wordt met het kind aan de problemen die het ervaart met het rekenen. De behandeling van rekenproblemen door mij als remedial teacher hangt af van de aard en de ernst ervan. Na een goed rekenonderzoek wordt er op een aangepaste manier aandacht besteed aan de geconstateerde problemen van het kind. Tevens ga ik uit van datgene wat het kind al kan. Een goede motivatie is natuurlijk ook belangrijk en hier wordt dus ook extra aandacht aan besteed tijdens de behandeling door mij. Ook het feit dat het kind toch mag zijn zoals hij of zij is en dat de ouders van het kind met de problemen blijven houden is heel erg belangrijk.
 
Als u denkt dat uw kind door mij geholpen kan worden met zijn of haar rekenproblemen, aarzel dan niet om contact met mij op te nemen!