DCD

DCD is de afkorting van Developmental Coördination Disorder, een stoornis in de ontwikkeling van de coördinatie van bewegingen.
Sinds 1994 is dit de internationaal gebruikte term voor kinderen met diverse soorten (lichte) motorische problemen, zoals een lage spierspanning, een grote bewegingsonrust, coördinatieproblemen of problemen met fijn-motorische vaardigheden. Deze kunnen apart voorkomen, maar veel vaker heeft een kind een combinatie van deze problemen.

Kinderen met DCD hebben vaker dan gemiddeld last van spraakstoornissen (spraakdyspraxie) en problemen bij het zindelijk worden. Daarnaast gaat DCD vaak gepaard met ADHD en/of leerstoornissen (dyslexie) en kampen kinderen met DCD meer dan gemiddeld met een laag zelfbeeld.

Signalen van een afwijkende ontwikkeling van de motoriek zijn op jonge leeftijd niet eenvoudig te constateren. Kinderen kunnen sterk variëren in het bereiken van motorische mijlpalen. Bij de helft van de kinderen die later DCD-problemen blijken te hebben, wordt dat op de peuter- en op de kleuterleeftijd niet opgemerkt. Onderzoek kan nodig zijn om ernstigere problemen uit te sluiten, maar ook om nauwkeurig te onderzoeken op welke gebieden de motorische problemen het kind belemmeren in zijn functioneren.

Als een kind onhandig is en geen neurologische disfuncties vertoont, kan de motorische ontwikkeling worden gestimuleerd door extra oefeningen. Het kind heeft hierbij natuurlijk veel aanmoediging nodig, omdat juist deze oefeningen hem of haar extra moeite kosten. Kinderen met een lage spierspanning zijn eveneens gebaat bij algemene motorische stimulatie. Het kind is niet expres zo onrustig. Vermaningen hebben dan ook weinig zin, omdat bij stress de onrust alleen maar toeneemt.

DCD wordt officieel vastgesteld aan de hand van de criteria uit de DSM-V.
Hierin staat dat er sprake is van DCD als voldaan wordt aan de volgende criteria:

  • de uitvoering van dagelijkse handelingen, welke motorische coördinatie vereisen, is beduidend slechter dan verwacht, gezien de chronologische leeftijd van een kind en het gemeten intelligentieniveau. Dit kan tot uiting komen in het later bereiken van motorische mijlpalen (zoals lopen, kruipen, zitten), in het laten vallen van voorwerpen, ‘houterigheid’, slechte prestaties bij sport of een slecht handschrift;
  • de aandoening zoals vermeld onder bovenstaande criterium beïnvloedt zichtbaar de schoolse prestaties of algemene activiteiten;
  • de aandoening is niet het gevolg van een medische conditie (zoals verlamming of spierdystrofie) en voldoet niet aan de criteria van een Pervasieve Ontwikkelingsstoornis (PDD-NOS);
  • als er sprake is van mentale retardatie, moeten de motorische problemen ernstiger zijn dan de problemen die normaal gesproken bij mentale retardatie voorkomen.

Als u zich zorgen maakt over uw kind met DCD en de hierbij naar voren komende problemen met lezen, spelling en/of rekenen, neemt u dan gerust contact op met mij.