Nieuwsbrief 10 jaargang 1

Tiende nieuwsbrief van mijn praktijk.
Deze keer ga ik in op de executieve functie werkgeheugen Ook beantwoord ik opnieuw een opvoedings- en didactische vraag. In de Wist u datjes vindt u meer leuke informatie en weetjes dan u van mij in andere nieuwsbrieven gewend bent. Veel leesplezier!

Opvoedingsvraag van de week:
Wat kan ik doen als mijn kind geen goed contact heeft met zijn leerkracht?’
Goed contact met de leerkracht of met de mentor en docenten van je kind en met mij als remedial teacher van je kind is belangrijk voor de motivatie.
De meeste kinderen gaan over het algemeen gelukkig graag naar school. Soms gaan kinderen echter met buikpijn en stress naar school. Soms worden ze gepest. Soms vertonen ze  probleem-gedrag. Soms worden ze dan getest en blijken bovengemiddeld slim te zijn. Soms heb je als ouders het idee dat de leerkracht de klas niet in de hand kan houden.
Allemaal heel nare ervaringen voor ons allemaal.
Ouders zijn dé experts van hun kind(eren) en kennen hun spruit als geen ander. Doordat ouders een superemotionele band met hun kind hebben, kan een leerkracht, mentor, remedial teacher of docent in hun ogen snel iets verkeerd doen! Wie aan het kind komt, komt aan de ouders. Ouders vinden dat hun kind bijzonder is en willen dat wij dat ook zien. Ouders vragen zich soms af of wij wel weten wie hun kind eigenlijk is. Geloof mij maar als ik zeg dat alle leerkrachten, mentoren, docenten en zeker ook ik als RTer wil weten wie de kinderen zijn en daarnaar willen handelen. Helaas is de werkdruk ook enorm toegenomen in het onderwijs, onder meer door de uitgebreide administratie die leerkrachten moeten bijhouden, waardoor ze niet elke leerling alle aandacht en begeleiding kunnen geven die ze soms nodig hebben. Voor ouders is dat lastig te begrijpen; leerkrachten horen er voor hun kinderen te zijn. Maar reken maar dat wij allemaal bevlogen mensen zijn en het doet ons pijn als het niet altijd goed lukt!! Beschouw de leerkracht daarom  in de eerste plaats ook als deskundige op zijn terrein. Ben echter nooit bang om als een zeurouder te worden gezien. Neem je verant-woordelijkheid en onderneem direct actie, wacht niet af tot er daadwerkelijk problemen zijn! Maak een afspraak. Stap altijd eerst naar de leer-kracht of docent en niet meteen naar de directie. Vraag of er een duidelijk  handelingsplan is gemaakt voor de eventuele gedrags- en/of leerproblemen. Als de leerkracht ‘afwijkend’ gedrag signaleert of iets dat je kind niet kan, is dat géén kritiek op jouw manier van opvoeden! Kinderen zijn op school anders dan thuis en dat verschil is soms groot (zie ook mijn vorige nieuwsbrieven met uitgebreid aandacht voor ‘de tiener’!) Spreek ook over wat je fijn en goed vindt gaan op school. Bied je hulp aan op school. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om ieder kind zo gelukkig mogelijk te maken.

Didactische vraag van de week:
‘Heeft die leerling eigenlijk moeite met zijn leerproblemen? Hij komt altijd heel relaxed over!’
Wij moeten de invloed van leerproblemen op de werkhouding en het gedrag van de leerling niet onderschatten. Voor veel leerlingen is het heel frustrerend om te ervaren dat het steeds niet lukt op school (steeds onvoldoendes) of dat de leerling ander werk krijgt dan de rest van de klas (eigen leerweg). Het klassenwerk en zeker het extra werk (let ook op huiswerk) wordt gezien als overbelasting. De leerling kan in principe elk negatief gedrag vertonen om maar aan de leertaak te ontsnappen. Let dus ook op het gedrag van de leerling als er geen sprake is van leren, dus bijvoorbeeld bij het buitenspelen, bij het contact met de andere leerlingen, bij gym of handvaardigheid. Denk en handel heel breed en observeer vaak, heel vaak!

 
Executieve functies.
In mijn vorige nieuwsbrieven besprak ik de executieve functies organisatie, planning, time-management, zelfbeheersing en de laatste keer schreef ik over flexibiliteit.  Vandaag ga ik in op het werkgeheugen.
Ik gebruik dit keer een ‘verhaal’ als introductie. Natuurlijk heb ik de naam veranderd!
Het was vlak voor de kerstvakantie van de derde klas voortgezet onderwijs 2014 en Martin maakte zich zorgen over wat zijn ouders zouden zeggen als ze zijn rapport zagen. Op de basisschool en in de eerste jaren van de middelbare school was hij altijd een uitstekende leerling geweest, maar nu hij in de derde zat, vergat hij opdrachten of schreef hij niet alles op. In het verleden hadden zijn leerkrachten het huiswerk vaak op het bord geschreven en had hij de tijd gekregen om alles over te schrijven. Nu vertelden de meeste leerkrachten heel snel wat hij voor de volgende les moest doen. Martin had er vaak moeite mee om alles te onthouden.
Hij vond het ook moeilijker om alles te leren wat zijn leerkrachten in de les hadden verteld en laten zien. Er werd verwacht dat hij naar hen luisterde en tegelijk aantekeningen maakte, maar dat vond Martin erg moeilijk. Daardoor waren zijn aantekeningen onvolledig en verwarrend, zelfs voor hem.
Martin was ook in de war over hoeveel moeite het hem kostte om zich te herinneren wat zijn leerkrachten hadden gezegd. Eigenlijk had hij juist een heel goed geheugen. Zo kon hij je allerlei bijzonderheden vertellen over de vakantie naar Italië met zijn familie en wist hij zich allerlei feiten te herinneren over zijn favoriete hockeyspelers. Maar het was te moeilijk voor hem om een paar aanwijzingen te onthouden of een gedachte langer dan tien seconden vast te houden.
Het was niet voor het eerst dat er over zijn geheugen werd geklaagd. Zijn ouders werden geregeld boos op hem als hij thuis weer eens vergeetachtig was. Als ze hem vroegen een paar dingen te doen, vergat hij er bijna altijd één of twee.
Martin had moeilijkheden met zijn werkgeheugen.
Het werkgeheugen is iets heel anders dan het langetermijngeheugen, waarin de kennis is opgeslagen die Martin heeft over uitstapjes die hij heeft gemaakt en dingen die hij heeft geleerd. Het werkgeheugen gebruik je wanneer je iets probeert uit te dokteren en tegelijkertijd iets met die informatie moet doen. Toen Martin eenmaal ontdekte dat veel van zijn problemen met zijn werkgeheugen te maken hadden, realiseerde hij zich dat hij een paar dingen kon doen om de situatie te verbeteren.
Het eerste wat Martin op mijn verzoek en na enkele gesprekken met mij deed, was zijn leerkrachten vragen te herhalen wat het huis-werk was wanneer hij het niet lang genoeg had kunnen onthouden om het op te schrijven, want de telefoon van Martin was stuk en hij moest een nieuwe zelf betalen. Door de invoering van bijvoorbeeld Magister en de hierbij behorende app op de telefoon van de leerlingen, waar de docenten het huiswerk, de punten, de uitvallende lessen en verdere bijzonderheden duidelijk noteren is dit heel anders dan enkele jaren geleden. Je moet dan echter wel kunnen beschikken over een goede telefoon!!
Martin vroeg ook aan een vriend die vaak bij hem in de klas zat of hij zijn aantekeningen na de les mocht overschrijven of mocht kopiëren, waardoor hij goed kon luisteren naar wat de leraar te zeggen had. Dat hielp al goed bij het leren, omdat hij al zijn energie nu op het luisteren kon richten. Hij zag ook in dat hij nu eenmaal dingen moest opschrijven om ze zich te herinneren. Als zijn ouders hem vroegen een paar klusjes in huis te doen, schreef hij de instructies op in een notitieboekje. Dat droeg hij altijd bij zich, iets waar hij thuis veel aan had. Zijn ouders waren erg trots op hem omdat ze erop konden rekenen dat hij alles onthield i.p.v. veel te vergeten van wat ze net hadden gezegd.
Toen je jonger was, had je niet zo’n behoefte aan een goed werkgeheugen. Hoe ouder je wordt hoe meer mensen ervan uit gaan dat je ook meer kunt; ze verwachten dat je in staat bent om een reeks aanwijzingen over je werk, je huiswerk of over wat dan ook te onthouden, dat je weet wanneer je een verslag of een klus af moet zijn of dat je alles kunt onthouden wat je moet regelen voor wat dan ook.
Voor veel van de taken die op school en thuis en op het werk van ons worden verwacht te doen, zijn meerdere stappen nodig, zoals rekensommen uit het hoofd doen of huishoudelijke taken. Je hebt je werkgeheugen ervoor nodig. Gelukkig kun je van alles doen om een slecht werkgeheugen te compenseren en te verbeteren.

Werkgeheugen is het vermogen om iets te onthouden en een handeling uit te voeren terwijl je uit dat geheugen put. Het helpt je om informatie vast te houden, zodat je die kunt gebruiken om iets te leren, uit de dokteren of uit te voeren. Het werkgeheugen omvat zowel verbale als visueel-ruimtelijke vaardigheden.
Het verbale werkgeheugen helpt je om aanwijzingen te onthouden en te begrijpen wat je hebt gehoord.
Het visueel-ruimtelijke werkgeheugen helpt je om reeksen gebeurtenissen en beelden vast te houden en is belangrijk voor bijvoorbeeld wiskunde.
Soms wordt het werkgeheugen verward met het kortetermijngeheugen. Het werkgeheugen helpt je bijvoorbeeld bij het weggaan om eerst je tv uit te zetten en daarna direct je jas, je sleutels en je telefoon te pakken voordat je weggaat.
Het werkgeheugen zou je kunnen zien als de ‘Post-it-briefjes van ons brein’.
Vanaf ongeveer 13 jaar kunnen we vier tot zes aspecten vasthouden in het werkgeheugen. Daarom zeg ik heel vaak tegen ‘mijn’ leerlingen dat zij altijd papier bij de hand moeten houden, waar zij bijvoorbeeld de tussenstappen bij het rekenen moeten opschrijven als zij hun calculator niet mogen gebruiken.
Je hebt je werkgeheugen nodig voor o.a.:

  • een telefonische boodschap goed opschrijven
  • vaardigheden en strategieën onthouden die in het verleden werkten en die op een nieuwe situatie toepassen
  • aanwijzingen volgen om op een bepaalde locatie te komen (zonder tomtom)
  • de regels van een spel aan anderen uitleggen
  • een verhaal in je eigen woorden samenhangend en logisch navertellen
  • hoofdrekenen
  • instructies opvolgen als je iets bouwt
  • aantekeningen maken in de klas
  • je de nodige stappen en ingrediënten herinneren of een recept volgen tijdens het koken

Als je je werkgeheugen verbetert, zul je ook minder gefrustreerd raken. Je hebt ook ‘gewoon’ alles bij je. We hebben allemaal de capaciteit van ons werkgeheugen van onze ouders geërfd. Daardoor kun je het maar tot op bepaalde hoogte verbeteren door te oefenen. Om je werkgeheugen echt te verbeteren heb je trucs, kennis en strategieën nodig waarmee je je werkgeheugen efficiënter gebruikt.

  • Probeer twee of meer handelingen als één activiteit te onthouden. Zo kunnen bijvoorbeeld tandenpoetsen, je gezicht wassen en haren kammen uiteindelijk één handeling worden die je doet voordat je gaat eten.
  • Herhaal wat je heb gehoord, zoals een nieuwe naam of telefoonnummer, een paar keer in je hoofd en plak daar tegelijk een beeld op van waar je aan denkt. Als je bijvoorbeeld iemand ontmoet met bruine ogen, denk dan aan de naam, de bruine ogen en sla een beeld van die persoon in je hoofd op.
  • Accepteer dat je hulpmiddelen nodig hebt om je werkgeheugen te ondersteunen. Net zoals iemand met slechte ogen een bril draagt of voor in de klas zit, hebben mensen met een slecht werkgeheugen vaak hulpmiddelen nodig. Als je je daar eenmaal van bewust bent, kun je iets doen aan de problemen die je ondervindt van je werkgeheugen. Gebruik hiervoor ook de middelen die er tegenwoordig zijn, zoals je telefoon met alle mogelijkheden, etc.
  • Oefen je werkgeheugen door aan lichaamsbeweging te doen en de grenzen van je brein te verleggen. Lichaams-beweging is goed voor je geheugen en je concentratievermogen.
  • Vraag mensen om te herhalen wat ze tegen je hebben gezegd. Schaam je hier niet voor.
  • Doe geheugenoefeningen, zoals het opnoemen van de provincies met hun hoofdsteden of noem zoveel mogelijk presidenten van Amerika op, etc.
  • Er zijn soms middelen als omega 3-vetzuren in bijvoorbeeld zalm en tonijn die helpen om de aandacht en de focus te verbeteren. Ook proteïne of eiwit wordt hersenvoedsel genoemd. Ook magnesium, dat in noten en donkergroene bladgroente als spinazie zit, kan helpen. Toevallig zijn dit nog gezonde dingen ook!
  • Doe een werkgeheugentraining, zoals Jungle Memory (zie vorige nieuwsbrief!) Ik ben hier coach voor en kan en mag dit aanbieden en begeleiden. Dit is acht weken flink aanpoten met echter ook een geweldig goed resultaat! Zie ook www.beterbrein.nl.
  • Vraag eens of je de volgende boeken in mijn praktijk mag inzien:

Vraag mij gerust om informatie over deze executieve functie of maak een afspraak voor een gesprek over problemen die je ervaart en ziet.
 

  • Aggy Langedijk van bureau Parenticom leerkrachten traint in de omgang met ouders en dat zij hierover ook een boek heeft geschreven: Communiceren met ouders op school, zo hou je het werkbaar?
  • ouders specifieke kennis hebben over een kind die belangrijk is om met de leerkracht, mentor, docent of met mij als de remedial teacher te delen?
  • deze informatie belangrijk is omdat het de aanpak mede kan bepalen?
  • leerkrachten, mentor of docenten professioneel zijn opgeleid en tips kunnen geven over hoe je thuis met bepaald gedrag kunt omgaan?
  • dat het voor het kind fijn is als er op school en thuis (ook in gezinnen met gescheiden ouders en nieuwe partners) één lijn wordt getrokken, ook omdat dit duidelijkheid schept!
  • ik over twee weken o.a. nogmaals in ga op de executieve functie werkgeheugen en vertel over de werkgeheugentraining Jungle Memory en opnieuw een didac-tische- en opvoedingsvraag beantwoord?
  • ik over twee weken opnieuw nieuws meld, u veel plezier toewens in deze  kerst-vakantie en u in 2015 heel veel gezond-heid, geluk en succes in alles toewens en u nu mijn hartelijke groeten doe?
  • u bij mij altijd van harte welkom bent voor vragen, overleg en informatie?
  • u geen voornemens hoeft te maken voor het nieuwe jaar als u tevreden bent over uw functioneren en alles goed loopt over het algemeen?

 
 

Reacties zijn gesloten.