Nieuwsbrief 11 jaargang 1

 

Voor iedereen een geweldig 2015 met veel gezondheid, geluk en succes met alles.
 
Elfde nieuwsbrief van mijn praktijk.
Deze keer ga ik nogmaals kort in op de executieve functie werkgeheugen en combineer ik dit met een opvoedingsvraag van een haast radeloze moeder over overhoortechnieken. In de volgende brief ga ik in op een nieuwe didactische vraag. In de Wist u datjes vindt u weer leuke informatie en weetjes zoals u van mij in andere nieuwsbrieven gewend bent.
Veel leesplezier!

 
Opvoedingsvraag van deze keer:
Hoe kan ik het beste overhoren en zelf overleven?’
‘Neehee, dat hoef ik niet te kennen. Waarom vraag jij altijd dingen die niet bij de proefwerk-stof horen? Ik heb ook echt niks aan jou!’
Overhoren, het is geen gemakkelijke klus. Maar ’t helpt wel.
Na een vermoeiende werkdag is een wiskunde-overhoring in combinatie met een gestrest kind het laatste waar je zin in hebt. Zappen op de bank klinkt een stuk aantrekkelijker. Tegelijkertijd roept de ouderlijke plicht. Als je toch maar besluit daarnaar te luisteren, weet je al snel waarom je niet stond te springen: tijdens zo’n overhoring doe je het niet makkelijk goed. Je bent ongeduldig of juist te traag, je vraagt te veel door of vertelt ze te veel. Toch is wetenschappelijk bewezen dat  overhoren een van de beste manieren is om iets te leren. Bekend is dat je het meeste, namelijk 95 procent, leert van wat je aan mensen uitlegt. Ook dat is een vorm van overhoren: uitleggen aan een ander hoe een wiskundesom precies in elkaar zit of wat de kenmerken zijn van de middeleeuwen.
Overhoren heeft nut:
WE LEREN:
10 % van wat we lezen
20 % van wat we horen
30 % van wat we zien
50 % van we zien en horen
70 % van waarover we praten
80 % van wat we persoonlijk ervaren
95 % van wat we uitleggen aan anderen
(Bron: How the brains learns, David Sousa)
 
De kunst van het overhoren is om een juiste methode te vinden, eentje die aanslaat bij jouw kind. Dat voorkomt bij beide partijen een hoop irritatie. En er zijn veel verschillende methodes. De ouder hoeft er niet eens meer aan te pas te komen als het kind dat niet wil. Zo is er een aantal online overhoorprogramma’s, zoals WRTS of Teach2000 waarbij leerlingen zelf de leerstof invoeren of selecteren en vervolgens worden overhoord door de computer.
In mijn praktijk voer ik deze woorden en zinnen overigens zelf in bij leerlingen met dyslectische kenmerken om fouten bij de ingevoerde woorden te voorkomen, waardoor de woorden foutief worden geoefend! De leerlingen oefenen dan op mijn eigen account, zodat ik dit ook kan volgen en samen met die leerling in kan zetten op leerstof die nog lastig is. Werkt prima! Ik vind het echter ook heel belangrijk dat de woorden en zinnen al schrijvend worden geoefend en dat de woorden in (andere) zinnen worden gebruikt, dus ook dit stimuleer ik wekelijks.
Bij de mondelinge overhoring door ouders moet je niet boos worden als je kind de stof niet goed blijkt te kennen. Ook haast is dodelijk, dus een overhoring vlak voor het eten of een sporttraining raad ik af. Een valkuil waar veel ouders intrappen, is het etaleren van eigen kennis. Hou je ‘gewoon’ aan de stof. Soms krijg ik bij overhoringen te horen dat ik de woorden niet goed uitspreek! Zij leren vaak fonetisch, wat betekent dat zij het woord uitspreken, zoals het wordt geschreven. Soms blijkt dat je kind nog helemaal niets heeft geleerd, waardoor je de hele avond kwijt bent aan de ‘overhoring’! Stuur je kind dan gerust terug naar de leerplek en probeer het later nog eens. Sommige ouders spreken met hun kinderen die niet overhoord willen worden, dat zij dit ook niet doen zolang er voldoendes worden behaald. Soms ergeren kinderen zich aan de saaie stemmen van hun ouders of het lange inlezen. Soms maken de ouders onderling ruzie over het juiste antwoord!

Ondanks deze bijkomende problemen vragen veel kinderen hun ouders toch vaak om te overhoren. Ze vinden zo’n thuistoets prettig ter bevestiging. Ze kennen de stof, maar merken pas bij deze check wat ze toch nog eens moeten nakijken. Vooral wanneer ze de tijd en ruimte krijgen om zelf over de leerstof te vertellen, voelen ze zich zekerder worden van hun zaak. Wat extra bevorderlijk kan zijn, is uitleg geven aan iemand die juist geen verstand heeft van dat vak. Laat je kind dus gerust zien dat ook jij nog dingen te leren hebt en ga zelf ook eens op internet zoeken. Stimuleer het gebruik van de technieken die ik je kind aanleer bij alle overhoringen en proefwerken. Hierin leer ik je kind o.a. om vier dagen voor de overhoring (of eerder) al gericht te gaan leren, dus niet alles in één dag voor de overhoring. Dit dwingt je kind ook om een gedegen planning te maken.
Ook het gebruik van een Mindmap is een echte aanrader. Hierin maken leerlingen zowel tekeningen als aantekeningen rondom een kernwoord. Dit resulteert in een groot vel vol tekst en plaatjes over een bepaald onderwerp. Ten eerste is dit minder saai dan A4-tjes vol schrijven en ten tweede sluit het beter aan bij de manier waarom onze hersenen gegevens opslaan. Kinderen leren zo associatief te denken, wat betekent dat het kind leert om verbanden te leggen. Het leert dus niet meer alleen passief. Wanneer jij als ouder over die verbanden nog eens vragen stellen die je kind kan beantwoorden, dan durf ik te beweren dat een leerling de stof goed beheerst en een tevreden gevoel aan de overhoring overhoudt.
 
Het maken van een Mindmap:
Een Mindmap lijkt op een woordweb dat leerlingen soms op school moeten maken. De te volgen stappen zijn dan ook vergelijkbaar.

  • Schrijf het kernwoord waarover je aantekeningen wilt maken in het middel van een groot vel.
  • Trek vanaf het kernwoord lijntjes naar woorden en plaatjes die hier verband mee houden.
  • Ook aan de nieuwe woorden en plaatjes kunnen weer woorden en tekeningen worden verbonden.

 

Executieve functies.
Tot nu toe heb ik de volgende functies al kort besproken: organisatie, planning, timemanage-ment, zelfbeheersing, flexibiliteit en werkge-heugen.
Het werkgeheugen is een bewuste verwerking van informatie. Met bewust bedoel ik dat je de informatie echt in je hoofd hebt. Je schenkt er aandacht aan, belicht het met een mentaal spotje, je concentreert je erop, of je neemt er beslissingen over. Ook negeer je doelbewust al het andere. Een klassiek voorbeeld van een beroep waarbij een goed werkgeheugen vereist is, is luchtverkeersleider: degene die ervoor moet zorgen dat het vliegverkeer veilig en ordelijk verloopt. Aangezien er ieder uur honderden vliegtuigen en landen, dient een luchtverkeersleider te beschikken over de mentale lenigheid om met meerdere variabelen tegelijk te werken, zoals de apparatuur, de weerpatronen, de hoeveelheid verkeer en zorgvuldige communicatie met piloten. Ook moet hij snel berekeningen kunnen maken. In geval van nood moeten luchtverkeersleiders in een fractie van een seconde beslissingen nemen en tegelijk de stress de baas kunnen die gepaard gaat met de wetenschap dat het lot van de piloten en de passagiers in hun handen ligt.
In veel aspecten van het dagelijks leven levert een goed werkgeheugen winst op. Dankzij je werkgeheugen ben jij in staat om naar je partner te luisteren terwijl je tegelijkertijd checkt of er berichten zijn binnengekomen op je smartphone en pannenkoeken bakt voor je kinderen. Dankzij je werkgeheugen lukt het je om een ingewikkelde opdracht af te maken ondanks de onderbrekingen van je constant rinkelende telefoon en het achtergrondlawaai van je ergerlijk luidruchtige collega’s. Het werkgeheugen verschaft jou het vermogen om je te concentreren op het gesprek met je tafelgenoot en de drang te negeren om op je mobiele telefoon te kijken wat de stand is bij die hockeywedstrijd.

Het werkgeheugen is dus niet hetzelfde als het kortetermijngeheugen. Het kortetermijngeheu-gen is het vermogen om informatie – bijvoorbeeld de naam van iemand op een feestje of de titel van een boek dat je wordt aanbevolen – eventjes te onthouden. Meestal onthouden we dit soort informatie niet zo lang – misschien maar een paar seconden – en kost het ons de volgende dag al moeite om ons de naam van die persoon of de titel van dat boek nog te herinneren. Het werkgeheugen biedt ons de mogelijkheid om iets te doen met de informatie van het moment in plaats van deze alleen maar eventjes te onthouden.
Het werkgeheugen verschilt ook van het langetermijngeheugen. Dit laatste is de bibliotheek waarin de kennis is opgeslagen die jij in de loop der jaren hebt opgebouwd: kennis over landen, informatie over willekeurige nieuwe feiten, herinneringen aan gebeurtenissen uit je schooljaren en zelfs die irritante deuntjes uit de reclamespotjes die je als kind op tv zag. Informatie kan in je langetermijngeheugen worden opgeslagen voor een periode die kan variëren van een paar dagen tot vele decennia. Het werkgeheugen zorgt ervoor dat ook die informatie toegankelijk voor je wordt en dat je er iets nuttigs mee kunt doen. Je kunt informatie uit je langetermijngeheugen halen, deze op dat moment gebruiken en vervolgens weer opbergen. Het werkgeheugen is ook het mechanisme dat wordt gebruikt om nieuwe informatie te verplaatsen naar het langetermijngeheugen, bijvoorbeeld als je een nieuwe taal leert.
Ik heb tijdens mijn twee opleidingen als coach werkgeheugen geleerd dat dit een soort van dirigent genoemd kan worden.
 

  • je meer tips over het maken van een Mindmap kunt vinden op www.mindmappen.nl?
  • ieder kind en iedere leerling een andere aanpak vereist en verdient, ook bij overhoringen of hulp bij het leren?
  • je met het kind of de leerling het beste eerst een gesprekje kunt houden, zodat jullie samen tot een besluit kunnen komen over de beste aanpak?
  • ik iedereen maandag weer heel veel succes en vooral ook plezier toewens?
  • ik iedereen de hartelijke groeten doe?

 

Reacties zijn gesloten.