Nieuwsbrief 16 jaargang 1

Zestiende nieuwsbrief van mijn praktijk.
Deze keer ga ik in op:
–  opvoedkundige vraag over ouderbetrokkenheid op school met het doel om een goede samenwerking te bewerkstelligen, waardoor iedereen zich nog prettiger en meer betrokken voelt;
–  hoogbegaafdheid en dan vooral op de onderpresteerder;
– Wist u datjes waarin u weer leuke informatie           en weetjes kunt lezen over o.a. de computer in de klas.
Veel leesplezier!
 
Opvoedkundige vraag van één van mijn ouders:
‘Hoe kan ik het beste samenwerken met de leerkracht van mijn kind zonder frustraties bij mij en/of de leerkracht?’
Deze ouder was in Utrecht op de Nationale Onderwijs Tentoonstelling geweest en had een artikel gelezen wat haar flink aan het denken zette en wat momenteel enorm leeft bij zowel ouders als de leerkrachten/docenten op school.
Ik heb van haar dit artikel aangereikt gekregen met de vraag om dit in mijn nieuwsbrief aan de orde te brengen, zodat zowel ouders als leerkrachten gaan nadenken over dit onderwerp.  Onderzoek heeft aangetoond dat een goede samenwerking tussen school en thuis een positieve invloed heeft op het welbevinden van de kinderen én op hun leerresultaten.
Positieve ouderbetrokkenheid is heel belangrijk op onze scholen tegenwoordig. Vroeger werd er door ouders en leerlingen tegen een huisarts, maar ook tegen een leerkracht, opgekeken en hingen de ouders aan zijn lippen. De ouders van nu zijn veel mondiger en de communicatie tussen ouders, leerlingen en leerkrachten is dus veranderd.
 

Ouders worden vaak op een goede en positieve manier bij school betrokken. Zij kunnen hun mening geven in bijvoorbeeld de MR (medezeggenschapsraad), in de ouderraad en tijdens leerling besprekingen. Er moet een sfeer van vertrouwen zijn, want dat is essentieel waar zeker ook de kinderen van profiteren. Overal waar mensen met elkaar omgaan, heb je kans op negatieve reacties. Bij klachten voelt de leerkracht zich snel aangevallen en de ouder zich onbegrepen. Een goede tip is bijvoorbeeld om een schooljaar te beginnen met een startgesprek tussen ouder en leerkracht. Kennismaken met elkaar. Soms is de leerkracht voor de ouders een vreemde en welke ouder besteedt zijn kind graag uit aan iemand die hij niet kent? Ouders van probleemkinderen willen wellicht wel iedere week kort contact (kan ook per mail of telefonisch). Andere ouders vinden drie keer per jaar een verplicht gesprek te veel. Dit kan onderling goed worden afgestemd.
Er kan van alles worden georganiseerd: speciale oudercursussen die wordt gegeven door een ouder die uit eigen ervaring weet wat het betekent om dyslectisch of hoog sensitief te zijn, een oudercafé voor ouders door ouders, een moment waarop de ouders van leerlingen in een klas met elkaar kunnen kennismaken, etc.
Leerkrachten en ouders moeten zich realiseren dat ze naast elkaar staan in het bereiken van hetzelfde doel: goed onderwijs voor elk kind.
Tien ergernissen van ouders:
 
 

  1. Leerkrachten die jou het gevoel geven dat je een kind bent.
  2. Leerkrachten die een antwoord klaar hebben voordat je het probleem op tafel kunt leggen.
  3. Leerkrachten die niet ingrijpen bij pesten.
  4. Leerkrachten die bijna al hun tijd en energie steken in kinderen die niet goed mee kunnen komen. Alsof de kinderen die het wél goed doen geen aandacht nodig hebben.
  5. Leerkrachten die je vragen afdoen als gezeur.
  6. Leerkrachten die zonder handleiding zelf geen som kunnen maken.
  7. Leerkrachten die je te laat informeren als er problemen ontstaan. Komen die slechte cijfers uit de lucht vallen dan?
  8. Leerkrachten die onduidelijk zijn in wat ze van je verwachten. Of dingen beloven die ze niet nakomen.
  9. Leerkrachten die te makkelijk foto’s en informatie van de kinderen delen met derden. Bijvoorbeeld via sociale media.
  10. Leerkrachten die gestrest overkomen en geen tijd maken voor een gesprek met jou of je kind.

Tien ergernissen van leerkrachten:

  1. Ouders die het maar niet lukt om hun kind op tijd naar school te brengen.
  2. Ouders die in de klas blijven hangen als je wilt beginnen met de les.
  3. Ouders die meteen reageren met: ‘Dat doet mijn kind niet!’
  4. Ouders die denken dat leerkrachten elke dag om half vier naar huis fietsen om in het zonnetje te gaan liggen.
  5. Ouders die problemen niet met jou bespreken, maar wel met andere ouders op het plein of met de directie.
  6. Ouders die altijd alles vergeten mee te geven.
  7. Ouders die ellenlange mails sturen.
  8. Ouders die denken dat je maar één kind in de klas hebt: hun kind.
  9. Ouders die praten over het kind waar het kind bij staat.
  10. Ouders die niet komen opdagen bij ouderavonden of die als ze al komen, altijd te laat zijn.

Wellicht handig en verstandig als beide partijen hun eigen gedrag eens kritisch onder de loep nemen??
Meer informatie vind je op: www.expertisepuntouderbetrokkenheid.nl

 
Hoogbegaafdheid.

Ik ben dit onderwerp begonnen met een oproep van een ouder van één van ‘mijn’ leerlingen die iedereen vroeg om op een verantwoorde en goede manier in te zetten voor deze kinderen.
In mijn vorige, vijftiende, nieuwsbrief gaf ik algemene kenmerken van hoogbegaafdheid bij kinderen aan. Ook besprak ik valkuilen zoals hoogbegaafdheid i.c.m. de sociale ontwikkeling, gedragsproblemen en onderpresteren. Ik gaf een aantal tips voor zowel leerkrachten als ouders om met deze kinderen op de beste manier om te kunnen gaan. Deze nieuwsbrieven worden gelukkig naar steeds meer mensen met allerlei beroepen gestuurd en zowel een ouder als een leerkracht hebben voor een kind informatie aan mij gevraagd. Die ouder heeft zelfs ook contact gezocht met de universiteit in Tilburg om haar kind wellicht te kunnen (laten) ondersteunen in zijn kwaliteiten en ‘peers’ te zoeken (andere kinderen met dezelfde kwaliteiten, zodat er een goede en mogelijk zelfs betere aansluiting en herkenning is).
Niet elke begaafde leerling haalt hoge prestaties op school. Het komt ook voor dat zowel de ouders als de leerkrachten eigenlijk niet meer weten hoe ze dit kind het beste kunnen begeleiden. Dit wordt onderpresteren genoemd en er is niet een algemene oplossing voor dit probleem. Dat is voor ieder kind anders, ook omdat ieder kind uniek is en op zijn eigen manier omgaat met problemen en dit ook zichtbaar maakt aan de buitenwereld. Eigenlijk zou iedere hoogbegaafde leerling door een gespecialiseerde leerkracht of door een Remedial Teacher geholpen moeten kunnen worden.
Onderpresteren kan het beste worden omschreven als het lager presteren op het gebied van rekenen en taal dan op grond van intelligen-tiescores verwacht zou worden. Eigenlijk kan er i.p.v. intelligentie beter van aanleg worden gesproken, want de intelligentie kan worden beïnvloed door factoren als dyslexie, dyscalculie, ADHD, ASS of een leerstoornis in het algemeen. In mijn praktijk mag ik een dyslectisch meisje begeleiden met een vastgesteld IQ van 135 die nu scores behaalt voor spelling die rond het groepsgemiddelde liggen. Dit is dus zeker geen onderpresteerder, maar een begaafde leerling met een leerstoornis (dyslexie/dysorthografie). Mijn begeleiding aan dit meisje is dus ook niet gericht op het onderpresteren van een meer begaafde leerling, maar op de leerstoornis van haar in relatie tot haar intelligentie.

Niet ieder hoogbegaafd kind manifesteert zich als een onderpresteerder. Het is situationeel. Het kan zijn dat een kind wel onder presteert op school, maar thuis of op de (sport)vereniging topprestaties levert. Zo kan ook verklaard worden dat de leerling bij de ene leraar wel goede prestaties levert en bij de andere leraar juist helemaal niet. De verklaring daarvoor kan dan gezocht worden in de aard van het vak, de relatie met de leraar of zelfs de wisselende groepssamenstelling. Het gegeven dat het om gedrag gaat stemt hoopvol, het betekent dat daar het antwoord ligt voor de begeleiding: gedrag kun je beïnvloeden, zoals ik hiervoor in mijn nieuwsbrieven vertelde. Aanleg kun je niet beïnvloeden.
Onder presterende kinderen kunnen minder presteren dan je van hen zou kunnen verwachten, maar als zij toch nog rond het groepsgemiddelde blijven presteren, vallen zij niet zo snel op bij de groepsleerkracht. Ze kunnen echter ook prestaties laten zien die ver onder hun eigen vermogen presteren, onder het groepsgemiddelde en zelfs onder de beheersingsnorm. Zij vallen dus wel op een negatieve manier door hun toets resultaten. Vaak uit zich dit in pittige gedragsproblemen. Hoe verder een kind in die neerwaartse spiraal terecht komt, hoe meer negatieve kenmerken waarneembaar zijn.

Er is echter niet altijd sprake van gevoelens van onbehagen. Met name bij oudere begaafde leerlingen in het voortgezet onderwijs kan het zijn dat het leveren van minder hoge prestaties samenhangt met een bewust keuze die de leerling maakt om zodoende meer tijd over te houden voor andere zaken dan school en leren, of om zodoende meer aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten.
Enkele negatieve kenmerken van hoogbegaafde leerlingen zijn:

  • levert wisselende prestaties
  • is ontevreden over eigen prestaties
  • heeft een hekel aan memoriseren
  • vermijdt nieuwe leeractiviteiten
  • stelt doelen opzettelijk te hoog of juist te laag
  • snel afgeleid
  • impulsief
  • wijst school en voor vormen van schools leren af
  • wijst hulp af
  • liegt over school, prestaties en afspraken
  • heeft minderwaardigheidsgevoelens
  • vermijdt groepsactiviteiten
  • heeft het gevoel dat iedereen tegen hem is
  • is minder populair bij leeftijdgenoten
  • zoekt contact met ontwikkelingsgelijken
  • voelt zich hulpeloos en slachtoffer van de situatie
  • neemt geen verantwoordelijkheden
  • verzet zich tegen autoriteit

In  mijn volgende nieuwsbrief (over twee weken) ga ik in op het leerstofaanbod, de leerkracht, de didactiek, het samenwerken, de peergroep, de begeleiding en op vragen die door ouders of collega’s worden gesteld na het lezen van deze nieuwsbrief.
In ieder geval is het helemaal duidelijk dat ook deze kinderen onze hulp hard nodig hebben en verdienen, zodat zij door kunnen gaan met zich optimaal ontwikkelen. Denk nog maar eens terug aan de ouder die aan ons allemaal vroeg om begrip, maar vooral om actie op een goede en verantwoorde manier.
 
 

  • remedial teaching mensenwerk is en dat daar eigenlijk geen pc of tablet  tegenop kan?
  • leerlingen soms maar in beperkte mate beschikken over metacognitieve vaardigheden die ze juist nodig hebben in het digitale leerproces?
  • hierdoor bij de leerlingen juist een frustratie ontstaat i.p.v. dat de pc bijdraagt aan hun vooruitgang?
  • een goed programma nog niet meteen goed onderwijs betekent?
  • het de kunst is van de ouders, de leerkracht, de docent of de Remedial Teacher als hulpverlener, dat de technologie op zo’n manier wordt ingezet dat het ondersteunend is aan het leerproces van de leerling?
  • de huidige maatschappij momenteel verwacht dat iedereen ook goed online kan lezen en schrijven en dat door deze verandering de onlinegeletterdheid bij de leerlingen omhoog moet?
  • in lesmethodes, bij diagnostische toetsen of in het centraal schriftelijk eindexamen vrijwel geen gebruik wordt gemaakt van online teksten, ook omdat een online tekst niet lineair is opgebouwd en vaak geen inleiding, kern of slot heeft, zoals we toch op school leren?
  • leerkrachten en docenten samen nieuwe materialen en uitgeprobeerde didactiek kunnen produceren, uitproberen en bijstellen (voortrekkersgroep) en bij interesse hiervoor contact per mail kunnen opnemen met Jeroen Clemens: jeroencl@gemail.com?
  • de meest voorkomende hulpmiddelen Kurzweil 3000, Sprint Plus, WoDy, Claroread, Appwriter, L2S en Spika zijn?
  • ik deze informatie heb gehaald uit het vakblad van de LBRT (Landelijke Beroepsvereniging Remedial Teaching) waar ik als vanzelfsprekend lid van ben: Tijdschrift voor Remedial Teaching en in mijn praktijk in te zien is?
  • ik in mijn volgende nieuwsbrief opnieuw inga op het verschil tussen een ernstig rekenprobleem en dyscalculie?
  • dyscalculie bij 2 tot 3 procent van onze bevolking voor komt?
  • in 10 procent van de gevallen dyscalculie samen gaat met een andere stoornis (dit wordt co morbiditeit genoemd)?
  • dyscalculie het vaakst samengaat met dyslexie, AD(H)D (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), DCD (Developmental Coördination Disorder = stoornis in de ontwikkeling van de coördinatie van bewegingen) of ASS (Autisme Spectrum Stoornis)?
  • De meeste leerlingen van groep 8 zijn ingeschreven op hun nieuwe school voor voortgezet onderwijs?
  • dit heel spannend is voor hen en een hele nieuwe levensfase gaat worden?
  • we begrip voor hen moeten hebben en tijd vrij moeten maken voor hen, zodat zij kunnen vertellen hoe dit voor hen voelt?
  • het toch ook normaal is dat zij dit spannend vinden?
  • je over deze genoemde problemen ook meer kunt lezen op mijn website www.fridyremedialteaching.nl?
  • dat deze website binnenkort weer wordt aangepast en mogelijk veranderd door mijn vriend Ton en mijn zoon Theo?
  • de volgende nieuwsbrief weer over twee weken naar je toe wordt gestuurd?
  • je mij kan en mag vragen om onderwerpen te bespreken?
  • ik je mijn hartelijke groeten doe en je met alles veel succes toewens?

Reacties zijn gesloten.