Nieuwsbrief 17 jaargang 1

Zeventiende nieuwsbrief van mijn praktijk.
Deze keer ga ik in op:
Opvoedkundige vraag over onze minipubers;
Hoogbegaafdheid: het leerstofaanbod, de   leer-kracht en de ouders;
Wist u datjes waarin u weer leuke informatie           en weetjes kunt lezen over o.a. de computer in de klas.
Veel leesplezier!
 
Opvoedkundige vraag van één van mijn ouders:
‘Hoe ga ik het beste met mijn ‘minipuber’ om, want af en toe zou ik hem het liefst achter het behang willen plakken?’
Voorbeeld van een moeder met een jonge zoon:
‘Dit weekend was mijn zoontje met geen tien paarden vooruit te krijgen. ‘Ties, over vijf minuten begint te zwemles!, ‘Jij loopt ook altijd langzaam en dan mag ik daar ook niets van zeggen’, was het gevatte antwoord, terwijl hij ondertussen rustig verder treuzelde. ‘Je moet nu wel even luisteren, Ties’. ‘Nee, jij moet naar mij luisteren, mama!’ ‘Zeg, hou je eens een beetje rustig….’. ‘Nee, houd jij je maar rustig!’.
Het lijkt soms net of je dan met een soort minipuber op sleeptouw bent. En op die momenten maak ik me zorgen over wat de ‘echte’ puberteit wel niet zal brengen’.

Zijn onze kinderen tegenwoordig dan zoveel bijdehanter dan vroeger? Dat vragen ouders, professionals, politici en onderzoekers zich regelmatig af. De tijden zijn zeker veranderd. Ouders voeden nu minder streng op dan vroeger en ‘opkomen voor jezelf’ staat in de top drie van belangrijkste opvoeddoelen. Vaders en moeders vinden het vooral belangrijk dat hun kind autonoom is en kinderen hebben tegenwoordig op veel jongere leeftijd een eigen leven. Ze hebben een eigen kamer, krijgen zakgeld, zijn steeds jonger in het bezit van een eigen smartphone, laptop en tv en na schooltijd druk met sportclubs, muziek en andere zaken.
Zijn ouders dan verkeerd bezig? Zeker niet. In onze huidige samenleving zijn autonomie en assertiviteit belangrijke waarden, goed dus om je kind daar tijdig op voor te bereiden. Bovendien zijn ouders opvoeddoelen inzake goede manieren sinds de jaren 1990 juist weer meer gaan waarderen. ‘Rekening houden met anderen’ en ‘respect hebben voor ouderen’ scoren een mooie derde en vierde plaats, zowel bij moeders als bij vaders. We zijn dus vooral op zoek naar de juiste balans tussen loslaten en vasthouden, regels en vrijheid, veilig en onveilig. Zo kunnen we de dingen die we belangrijk vinden bij het opvoeden met succes bereiken.
Een boek wat ik wil promoten en erg leuk is om te lezen over dit onderwerp is Minipubers! Van Krista Okma, een Survivalgids voor ouders van kinderen tussen 6 en 12.

Dit boek is natuurlijk in te zien en te lezen in mijn praktijk.
Verschil tussen ernstige rekenproblemen en dyscalculie.
Zoals ik al in een eerdere nieuwsbrief heb verteld, zijn er voor het desbetreffende kind eigenlijk geen verschillen tussen deze twee begrippen, want dit kind ervaart nare en pittige problemen met iets wat dagelijks terug komt op school en in onze maatschappij. Als ik ouders adviseer om hun kind toch te laten testen door een orthopedagoog, na een periode gericht en planmatig testen en werken met deze leerling, waarbij ik een verantwoord handelingsplan en evaluaties maak, is dat meer om mijn bevindingen in deze leerling te laten bevestigen. Bij een test wordt dan inderdaad meestal mijn vermoeden bevestigd en wordt dyscalculie aangetoond. Het kind krijgt dan een dyscalculieverklaring, waardoor het kind recht heeft op allerlei aanpas-singen. Deze aanpassingen verschillen per school. Het allerbelangrijkste is  echter dat het kind dan ook de bevestiging krijgt dat hij of zij er zelf niets aan kan doen. Dat er geen sprake is van een minder goede intelligentie, dus dat hij of zij niet dom is. Ook krijgen de mensen om hen heen, vader, moeder, broertjes en zusjes, opa, oma,  etc. dan toch te horen dat zij ernaast zaten en dat dit kind dus absoluut niet lui of dom is en dat het niet gaat helpen als dit kind zich eens wat beter zou gaan inzetten en beter zijn best gaat doen……
Ja, echt, ik maak dit jammer genoeg regelmatig mee. Voor mijn leerling is dit niet bepaald goed voor zijn zelfvertrouwen, wat door deze problemen soms toch al een flinke deuk heeft opgelopen.

Daarom is het heel verstandig om e.e.a. uit te laten sluiten of te laten bevestigen door een goed en verantwoord onderzoek door een orthopeda-gogische praktijk.
Gelukkig is dit niet in alle gevallen nodig en blijken de rekenproblemen minder te worden door een aanpak op een verantwoorde manier die bij dit kind hoort en niet betekent dat dit kind dan nóg meer moet oefenen (rekenkilometers maken), maar dat de leerstof ook op een manier wordt uitgelegd die bij hem of haar hoort.
Hoogbegaafdheid.
Ik ben dit onderwerp begonnen in nieuwsbrief 15 met een oproep van een ouder van één van ‘mijn’ leerlingen die iedereen vroeg om op een verantwoorde en goede manier in te (laten) zetten voor deze kinderen en hen goed te laten onderzoeken, waardoor veel duidelijkheid komt en de juiste aanpak besproken kan worden.
In mijn vorige nieuwsbrief vertelde ik o.a. over de positieve en negatieve kenmerken van kinderen die meer- of hoogbegaafd zijn. In deze nieuws-brief wil ik graag ingaan op het leerstofaanbod, de rol van de leerkracht en de ouders.
Er zijn vier groepen van hoogbegaafde leerlingen:

  • Begaafde leerlingen (IQ 120-130);
  • Hoogbegaafde leerlingen (IQ 130-145);
  • Zeer hoogbegaafde leerlingen (IQ 145-152);
  • Exceptioneel hoogbegaafde leerlingen (IQ >152).

Het leerstofaanbod:
Meestal kan worden gesteld dat, hoe hoger het IQ is van de leerling, hoe meer leerstof er geschrapt kan worden van de reguliere leerstof om vervangen te kunnen worden door stevige verrijkingstaken. Daarbij geldt natuurlijk ook dat hoe hoger de intelligentie is, des te moeilijker de verrijkingstaken kunnen worden.
Er zijn hiervoor ook duidelijke richtlijnen die zijn opgenomen in het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid. Hierin is ook vermeld dat 40 tot 60% van de reguliere leerstof geschrapt wordt. Hierbij wordt vaak uitgegaan van François Gagné, een soort van goeroe op dit gebied.
Voor alle leerlingen geldt dat leerstof die van een te laag didactisch niveau is en dus te simpel is, een negatieve invloed heeft op het concen-tratievermogen van deze leerling. De leerstof daagt de leerling dan niet of onvoldoende uit, en er is dan geen sprake van feitelijk leren. Soms maken deze leerlingen dan onnodige fouten die gezien worden als fouten die worden gemaakt omdat de leerstof niet is begrepen. De leerling krijgt dan soms nóg eenvoudigere taken waardoor hij zich nóg minder op zijn taak hoeft te concentreren! Hierdoor ontwikkelt deze leerling natuurlijk geen effectieve werk- en leerstrate-gieën. De leerling verlegt geen grenzen. Als een taak dan eens echt moeilijk is voor deze leerling, heeft hij meestal geen idee hoe hij zoiets moet aanpakken en haakt dan al  af voordat hij begon-nen is.
De vrijgekomen tijd moet worden ingevuld met zinvol onderwijs en niet met bezigheidstherapie!

De leerkracht:
Weten dat een leerling hoogbegaafd is, leidt automatisch tot de vraag: ‘Maar wat moet ik dan met die leerling doen?’
De interactie tussen leerkracht en leerling is evenzeer bepalend voor de prestaties van de leerling als de leerstof. Bij een wederzijds respect zal deze leerling een grotere inzet vertonen.
Voor een leerkracht is het normaal dat hij de leerling iets uitlegt, waarna de leerling dit stukje gaat oefenen. Voor veel leerlingen wekt dit echter weerstand op. Zij werken liever top-down (dus werken vanuit het totale pakket) en willen graag zelf bepalen en ontdekken welke vaardigheden en kennis zij nodig hebben.
Alle leerlingen zullen eerst leerstrategieën moeten leren en zullen hierin intensief begeleid moeten worden.
Soms worden meer- of hoogbegaafde leerlingen door hun leerkracht gekoppeld aan minder of gemiddeld begaafde leerlingen. Vaak blijkt dan echter dat deze samenwerking juist spaak loopt, omdat er geen enkele uitdaging wordt gesteld aan de hoogbegaafde leerling. Soms wordt er dan zelfs door de leerkracht aangegeven dat deze leerling sociaal niet echt sterk is. Deze leerlingen storen zich dan echter aan de te eenvoudige opdracht en neemt de taak over van de minder hoogbegaafde leerling, omdat het tempo veel te laag ligt.
Voor de andere leerling levert dit ook frustraties op omdat hij het denkniveau en het denktempo van de begaafde leerling niet kan bijbenen en deze hem de taak uit handen neemt. Hij heeft bevestigd gezien wat hij al lang wist, namelijk dat hij minder intelligent is dan de ander. Samenwerken heeft alleen werkelijk leerren-dement als de samenwerkingspartners tegen elkaar zijn opgewassen.
Een kleine groep hoogbegaafden geeft problemen, omdat zij geen aansluiting vinden bij hun groep. De andere kinderen in de klas begrijpen gewoonweg hun hoogbegaafde klasgenoot niet en andersom. Dit kan leiden tot eenzaamheid in de klas of zelfs gepest worden.
Soms zoekt de leerling dan op een ‘betweterige’ manier contact met volwassenen.
Soms gaat hij ook spelen met veel jongere kinderen, omdat die door hun leeftijd al de mindere zijn en meestal respecteren zij puur vanwege de leeftijd oudere kinderen. Dat geeft rust en veiligheid voor het hoogbegaafde kind.
Soms heeft het kind ook motorische problemen, omdat de motoriek niet met de cognitieve ontwikkeling meegroeit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het schrijven. De kans bestaat dat de leerling motorische taken gaat vermijden, omdat hij niet weet om te gaan met falen.
Als de verrijkingsstof wordt aangeboden zonder een duidelijke instructie is het ook best mogelijk dat hierdoor frustraties ontstaan, want ook dit kind heeft begeleiding en instructie nodig en het kan die verrijkingsstof meestal echt niet zonder hulp aan.
Ieder (hoogbegaafd) kind verdient dus eigenlijk een eigen aanpak op zijn eigen niveau en met het leerstofaanbod wat bij dit kind past. Lastig als je dan nog dertig andere leerlingen in de klas hebt! Een remedial teacher die zowel het kind, als de leerkracht als de ouders begeleidt kan dan van veel invloed zijn.
Ouders:
De manier waarop ouders met hun kind omgaan is belangrijk als het aankomt op het (niet) leveren van prestaties. Sommige ouders nemen hun kind te vaak dingen uit handen, waardoor zij afhankelijkheid stimuleren. De ouders gaat naar de leerkracht toe om te vertellen dat de leerstof veel te makkelijk is. Op deze manier leert het kind echter dat hulpeloosheid loont! Er wordt immers voor je gezorgd. Dit gedrag kan het kind in de schoolse situatie voortzetten als het taken moet gaan doen waarbij hij ontdekt dat hij in eerste instantie niet meteen succesvol kan zijn. Op slimme wijze legt het kind dan de verantwoordelijkheid voor succes en falen buiten zichzelf.
Peergroep.
Al vanaf het moment dat het begaafde kind als kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong naar school komt, krijgt hij te maken met verwach-tingen die de groep van hem heeft. Op grond daarvan ontwikkelt het kind in de loop der jaren een zelfbeeld en sociale identiteit die volgens zijn eigen idee overeenkomen met de werkelijk-heid. Het kind ziet al snel dat de groep het moeilijk vindt als iemand hen te ver vooruit is. Dat kan sociale uitsluiting of een aanpassing van het kind aan de andere kinderen in de groep tot gevolg hebben. Soms bouwt zo’n kind dan een negatief zelfbeeld op (niemand vindt mij aardig) en ontwikkelt dan soms ook een negatieve sociale identiteit (ik ben van geen waarde voor mijn omgeving). Onderpresteren kan daarop een reactie zijn. Het kind heeft dan de indruk dat onderpresteren uitsluiting uit de groep voorkomt. Dit kan dan natuurlijk tot allerlei klachten leiden.

Begeleiding:
Alleen maar wat moeilijkere leerstof aanbieden, overschakelen naar een topdownbenadering en een leuke juf of meneer voor de groep zetten is toch te simpel gedacht. De begeleiding van meer- en hoogbegaafde leerlingen is millimeterwerk waarbij van alle betrokkenen een stevige inspan-ning wordt verwacht.
 
In mijn volgende nieuwsbrief rond ik dit onder-werp af en ga ik in op eventuele vragen die hier- over door u aan mij als Remedial Teacher worden gesteld.
 
 
 

  • Het Klokhuis op 7 april as een aflevering uitzendt over verwaarlozing?
  • op 14 april een uitzending volgt over geweld?
  • op 21 april een uitzending is over het praten of eigenlijk juist niet praten van slachtoffers over mishandeling?
  • op 28 april de vierde aflevering op Het Klokhuis te zien is en dat het onderwerp dan de hulp die geboden kan worden is? Waar kun je heen en hoe ziet een hulptraject er uit?
  • er voor de kinderen van groep 6, 7 en 8 lesmateriaal beschikbaar is dat aansluit bij dit thema?
  • kindermishandeling een zwaar en beladen onderwerp is en dat er jaarlijks zo’n 119.000 kinderen en jongeren tussen de 0 en 18 jaar mishandeld of verwaarloosd worden?
  • dat dat gemiddeld één kind per klas is?
  • dat ik hier in mijn volgende nieuwsbrief ook aandacht aan besteed?
  • Leren niet altijd leuk hoeft te zijn, maar het helpt als je begrijpt waarom je iets zou moeten leren en weten en dat het dus heel nuttig is om de leerling of je kind te vertellen wat hij met deze geleerde informatie allemaal kan doen?
  • Dat een vrolijke en positief ingestelde leraar vaak een vrolijke en positiever ingestelde leerling oplevert?
  • Pubers en vroeg opstaan geen goede combinatie is en dat nu ook scholen in ons land experimenteren met latere schooltijden voor hen en dat deze groep pas ná 10:30 uur écht moeten opletten en dat de proefwerken pas ’s middags worden ingepland?
  • Ondernemen al in groep 8 of in het voortgezet onderwijs kan beginnen door het opstarten van hun eigen bedrijf met het gratis BizWorld en dat je je hiervoor kunt aanmelden en informatie kunt vinden op www.jongondernemen.nl/bizworld?
  • de volgende nieuwsbrief weer over twee weken naar je toe wordt gestuurd?
  • ik hierin o.a. inga op ADHD?
  • je mij kan en mag vragen om onderwer-pen te bespreken?
  • ik altijd voor iedereen open sta om vragen te beantwoorden of advies te geven voor zover dit mogelijk  en wense-lijk is?
  • Je dit het beste per mail vanbokhoven011@planet.nl kunt vragen?
  • ik de feedback die ik steeds vaker krijg over de inhoud van deze nieuwsbrieven enorm waardeer?
  • ik dit niet naast me neerleg, maar hier ook daadwerkelijk mee aan de slag ga?
  • ik je mijn hartelijke groeten doe en je met alles veel succes toewens?

Reacties zijn gesloten.