Nieuwsbrief 18 jaargang 1

Achttiende nieuwsbrief van mijn praktijk.

 
Deze keer ga ik in op:
Didactische vraag over aanhoudende concentra-tieproblemen van een leerling in de klas;
Rekenproblemen of dyscalculie;
ADHD en ADD;
Wist u datjes waarin u weer leuke informatie           en weetjes kunt lezen.
Veel leesplezier!
 
Didactisch probleem:
‘Wat kan ik doen aan de aanhoudende concen-tratieproblemen van een leerling in de klas?
In mijn zesde nieuwsbrief ben ik hier kort op ingegaan als antwoord op een vraag die ook over dit onderwerp aan mij werd gesteld. Ik gaf toen kort aan om de leerling te laten tekenen, kleuren, etc. terwijl jij als leerkracht iets uitlegt of voorleest. Ook gaf ik aan om in gesprek te gaan met het kind en een beeld te krijgen van de oorzaak van de minder goede concentratie.
Concentratieproblematiek is een probleem wat diverse oorzaken kan hebben. Onrust, draaien, bewegen, overal naar kijken, snel moe worden, slordigheidsfouten. Akelige problemen die veel leerkrachten en docenten vaak ervaren.
De leerling ervaart bij concentratieproblemen een gevoel van onmacht en niet van onwil.
Er kunnen vier verschillende soorten problemen met de concentratie worden onderscheiden:

  • Korte spanningsboog: de leerling begint goed, maar zijn concentratie wordt minder. Na een periode van rust (wc, puntslijpen, wegdromen) gaat de leerling weer verder. Krijgt of neemt de leerling die rust niet, dan wordt hij steeds onrustiger of vermoeider;
  • Afleidbaar: de leerling reageert gauw op prikkels in de klas. Hij let even niet op zijn werk. Het werk kenmerkt zich dan ook door wisselende prestaties. Als de leerkracht er iets van zegt, gaat hij wel weer aan het werk tot de volgende prikkel zich aandient;
  • Globale werkwijze: de leerling werkt te snel, hij walst over kleine details. Alles is ongeveer goed. De leerling maakt voort-durend kleine onnodige fouten. Als hij gedwongen wordt tot langzaam werken, scoort hij goed;
  • Trage werkwijze: in een veel te rustig, evenwichtig tempo werkt de leerling door. Het werk is nooit af, ondanks het feit dat de leerling steeds bezig is, maar wat gemaakt is, is wel goed. Bij opjagen ontstaat paniek en dan worden er heel veel fouten gemaakt.

Is er misschien sprake van concentratiebelemme-ringen?

  • Oorzaken die bij de leerkracht liggen:
  • Is je manier van lesgeven wellicht chaotisch, te eenzijdig of te druk?
  • Ben je zelf wellicht de storende factor omdat je tegen de werkende klas praat?
  • Leg je wellicht te veel druk op de leerling?
  • Oorzaken die bij de leerling liggen:
  • Is er sprake van ziekte?
  • Zijn er emotionele problemen?
  • Is er sprake van faalangst?
  • Is er sprake van leerproblemen?
  • Is er sprake van hoogbegaafdheid?
  • Zijn er motivatieproblemen?
  • Oorzaken in de leerstof?
  • Is de leerstof te saai, bijvoorbeeld alleen maar teksten?
  • Is de leerstof te druk, bijvoorbeeld te bont, plaatjes door de tekst, verschillende lettertypes?
  • Oorzaken in de omgeving?
  • Is er te veel onnodig lawaai in de omgeving (onnodige leerruis)?
  • Zit het kind op een verkeerde plaats in de klas (afleidende prikkels)?
  • Ligt er teveel rommel op het tafeltje?
  • Is de verlichting in de klas goed?
  • Is de temperatuur in de klas goed?
  • Wordt de klas goed geventileerd?
  • Is er misschien sprake van een concen-tratiestoornis?
  • Is er sprake van onvoldoende aandachts-duur (kan zich wel concentreren, maar te kort)?
  • Is er sprake van afleidbaarheid (kan zich niet concentreren, reageert overal op)?
  • Werkt het kind inefficiënt (gebruik verkeerde concentratievorm als te oppervlakkig of te precies)?

Volgende keer ga ik in op wat je als leerkracht of docent (nog) meer kunt doen bij concentratie-problemen.
Dyscalculie.
Er is nog steeds veel minder bekend over dyscalculie dan over dyslexie op scholen én in de wetenschap. Ik zie deze kinderen echter dage-lijks. Ik zie ze worstelen met alle cijfers en getallen die we nu eenmaal heel vaak tegenkomen.

Ik zie dat de rekenproblemen hele grote gevolgen hebben voor de kinderen en pubers. Ik zie ze faalangstig en onzeker worden en weerzin tegen rekenen ontwikkelen als er niet ingegrepen wordt. Ik zie dat ze op school niet meer meerekenen in de klas en met hun ‘eigen programma’ steeds verder achter raken. Soms gaan ze naar het voortgezet onderwijs zonder enige kennis van kommagetallen, breuken en procenten, zonder dat ze vlot kunnen klokkijken, wisselgeld controleren, zonder dat ze kunnen meten en wegen.
Goede hulp kan er voor zorgen dat de kinderen hun rekenangst weer kwijtraken en weer vertrouwen krijgen in hun eigen kunnen. Het is niet nodig om bij de pakken neer te zitten, want er is vaak veel mogelijk om een kind zelfstandiger en zelfredzamer te maken op het gebied van rekenen. Daar gaat het natuurlijk allemaal om. Als gespecialiseerde remedial teacher help ik al veel kinderen met rekenproblemen, soms in combinatie met andere problemen. Dyscalculie wordt door een goede orthopedagogische praktijk gediagnos-ticeerd, maar de remedial teacher gaat met deze problemen daadwerkelijk aan de slag.
Stel me gerust vragen als je die hebt!
ADHD en ADD.
ADHD komt in alle leeftijden voor en dus zeker niet alleen maar bij kinderen. In dit stukje in deze nieuwsbrief ga ik echter vooral in op deze stoornis bij kinderen.

Opvoeden van of lesgeven aan een kind met ADHD is doorgaans erg vermoeiend. Vaak is het ook een frustrerende taak, die diep ingrijpt in de gevoelens van ouders en leerkrachten over hun eigen competentie. Als ouders en leerkrachten weten en beseffen hoe de wereld er voor iemand met ADHD uitziet, hoe die vervelende stoornis hun leven elke dag beïnvloedt, kunnen we hen leren ermee om te gaan. Dan kunnen we leren problemen te voorkómen of op te lossen.
ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In het Nederlands noemen we dit vaak een aandachtstekortstoornis. Dat wil dus niet zeggen dat kinderen met ADHD aandacht te kort komen van hun ouders of leerkrachten. We spreken van ‘aandachtstekort’, omdat deze kinderen zelf hun aandacht soms niet lang genoeg kunnen richten op taken die voor hen van belang zijn. Ze willen hier best de motivatie voor opbrengen, maar dit kost hen veel meer energie dan andere kinderen. Daarnaast is er dikwijls sprake van onvermogen om het eigen gedrag voldoende onder controle te houden.
De hoofdkenmerken van ADHD zijn:

  • aandachts- en concentratieproblemen
  • impulsiviteit
  • hyperactiviteit

In de psychiatrie worden de volgende typen ADHD onderscheiden:
Type 1: alleen aandachts- en concentratie-problemen.
Type 2: alleen impulsiviteit en hyperactiviteit
Type 3: de combinatie van aandachtsproblemen, concentratieproblemen, impulsiviteit en hyperac-tiviteit.
Als we het in ons land hebben over ADHD, bedoelen we meestal type 3. Type 1 wordt in ons land vaak aangeduid met ADD.
Een verkeerde benadering is dat ADHD ‘Alle Dagen Heel Druk’ en ADD ‘Alle Dagen Dromerig’ betekent.
Aandachts- en concentratieproblemen:
Kinderen met ADHD of ADD kunnen het moeilijk volhouden om hun aandacht op een taak te richten, die aandacht vast te houden en zich niet door allerlei prikkels te laten afleiden. Met ‘prikkels’ bedoel ik alles wat met onze zintuigen wordt waargenomen: alles wat we zien, horen, voelen, proeven en ruiken.
Kinderen met ADHD zijn minder goed in staat om de onbelangrijke prikkels naar de achtergrond van hun bewustzijn te dringen. Het lijkt er soms op dat alle prikkels even sterk bij hen doorkomen. Ze horen niet alleen de leerkracht praten, maar ze horen ook de auto op straat, het vliegtuig in de lucht, het gekraak van de stoel naast zich, het hoestende kind, etc. Ze zien niet alleen de leerkracht die uitleg geeft, maar ze zien ook die leuke tekening op het bord en de strepen in de trui van hun buurman. Om zich toch te kunnen concentreren op de woorden van de leerkracht moeten ze de onbelangrijke prikkels uitschakelen. Dat kost hen extra veel energie. Is het een wonder dat ze het dan al gauw opgeven?
Impulsiviteit:
Kinderen met ADHD zijn vaak heel impulsief. Ze geven antwoord vóór ze de vraag goed hebben gehoord of gelezen. Ook lopen ze zomaar van hun stoel. Ze geven anderen een klap vóór ze het zelf in de gaten hebben. Ze doen dus vaak iets voordat ze nadenken over de gevolgen. Het ontbreekt hen als het ware aan innerlijke controle die de remfunctie van hun gedrag regelt.
Voor het reguleren van hun gedrag blijven zij vaak afhankelijk van sturing van de buitenwereld. Dat is dus ook de reden dat deze kinderen zoveel structuur nodig hebben.
Overigens moeten we hierbij hun behoefte aan structuur niet verwarren met die van kinderen met ASS (een autistische stoornis). Die hebben structuur nodig om de wereld om hen heen te kunnen begrijpen. Kinderen met ADHD snappen heel goed wat er om hen heen gebeurt, maar ze kunnen de regels niet toepassen. Zij hebben dus structuur nodig om niet al te veel ‘uit het spoor te gaan lopen’.

Kinderen met ADHD leren niet zo gauw van hun ervaringen. Ze zijn minder in staat deze te betrekken bij beslissingen omtrent hun gedrag. Zo staan ze ook minder stil bij de consequenties van wat ze doen. Dat maakt het voor hen heel moeilijk om hun gedrag te plannen en te organiseren. Deze kinderen kiezen dan ook vaak voor de kortetermijnoplossing of –beloning.
Hyperactiviteit:
Deze kinderen zijn, vooral op jonge leeftijd, voortdurend in beweging. Ze hollen de hele dag en kunnen nauwelijks op hun plaats blijven zitten. Ze zijn snel opgewonden en gauw gefrustreerd. De kinderen voelen zelf vaak een grote onrust van binnen in hun lijf én in hun hoofd. Stil zitten en rustig zijn vraagt van hen ongewoon veel energie. Ook friemelen, wiebelen en draaien ze veel.
Niet altijd druk:
Verwarrend is dat deze kinderen niet altijd druk zijn en niet altijd snel afgeleid. Ze kunnen zich wel goed concentreren op spannende films, op computerspelletjes of op andere zaken die hen interesseren. Soms wordt er dan gezegd dat ze het wel kunnen als ze het maar willen!!! Ze kunnen zich ook wel concentreren, maar ze hebben daar een veel sterkere prikkel voor nodig.
Voor deze prikkels die worden gegeven door onze hersenen en de daarbij behorende literatuur, verwijs ik graag naar een boek van Russell Barkley, een goeroe op dit gebied: ADHD (bij volwassenen) wat hier inhoudelijk diep op ingaat (in te zien in mijn praktijk!)
Bij ADHD is er sprake van een neurobiologische stoornis in de hersenen. Kinderen met ADHD roepen door hun drukke, chaotische gedrag veel negatieve reacties op uit hun omgeving. Hun onvoorspelbare gedrag maakt hen zelden geliefd bij leeftijdgenootjes. Dikwijls worden ze door andere kinderen gemeden of niet uitgenodigd om te spelen.
Vaak is dit voor het kind erg confronterend, ook voor hun zelfvertrouwen en zelfbeeld. Er kunnen  emotionele problemen en zelfs angst- en stemmingsstoornissen ontstaan.
Het karakter van het kind bepaalt hoe die problemen zich zullen uiten. Het ene kind zal vechterig of agressief gedrag vertonen, het andere zal zich meer terugtrekken en verdrietig of depressief worden.
Ouders van kinderen met ADHD krijgen nogal eens te horen dat ze hun kind niet goed aanpakken. Zelf denken ze dat dikwijls ook. hoewel ze vaak het idee hebben ‘dat er iets niet klopt’ met hun kind, zoeken ze de oorzaak allereerst bij zichzelf. Daardoor voelen ze zich vaak erg schuldig. Dikwijls zijn ouders in eerste instantie opgelucht als een arts de diagnose ADHD stelt: het ligt dus niet aan hun opvoeding.
Als er vanuit de omgeving onvoldoende steun komt, dan raken ouders en kind vaak in een negatieve spiraal van elkaar beschuldigen en verwijten maken. Een kind met ADHD trekt een enorme wissel op de relatie van zijn ouders (en op hun relatie met de andere kinderen in het gezin). De relatieproblemen tussen ouders hebben dikwijls weer een negatieve invloed op het kind met ADHD.
Vaak ook realiseren ouders zich dat ook zij dit soort problemen hebben gehad: de erfelijke factor! Aan de ene kant kunnen deze ouders voor hun kind een geweldige steun zijn, omdat zij weten wat het is en wat het kind doormaakt. Aan de andere kant wordt er daardoor een extra beroep gedaan op de partner. Vaak staat die er alleen voor bij het handhaven van orde, structuur en regelmaat in het gezin.
De broertjes en zusjes van kinderen met ADHD (‘brusjes’) hebben een aantal speciale problemen. Zij krijgen veel minder aandacht van hun ouders dan het broertje of zusje met ADHD die vaak ‘gewoon’ de aandacht opeist. Ook in de klas eist dit kind de aandacht op en kun je dit gedrag als leerkracht simpelweg niet negeren!
Andere kinderen kunnen dan boos worden omdat er ‘met twee maten wordt gemeten’: ‘Waarom krijg ik wél op mijn kop als ik niet luister en hij niet?’
De leerkracht is voor alle kinderen heel belangrijk, maar vooral ook voor deze leerling. Als die in het kind gelooft, het kind blijft bemoe-digen en zich actief blijft inzetten voor de speciale aanpak, dan is er veel gewonnen.
Ouders en kind zullen hem of haar hun hele leven dankbaar zijn.

Volgende keer meer over ADHD in combinatie met andere stoornissen, de diagnose en de behandeling.
 

  • de vierde en dus laatste periode van dit schooljaar op 20 april as aanvangt?
  • ik de ouders van ‘mijn’ leerlingen dus weer van harte uitnodig om overleg met mij te hebben over mijn RTlessen aan hun zoon en/of dochter?
  • dit in een persoonlijk gesprek in mijn praktijk mogelijk is, maar ook kan en mag per mail?
  • dit natuurlijk niet per se moet?
  • 20 april as ook de Cito-eindtoets wordt gemaakt door alle kinderen in groep 8?
  • ik hen allemaal heel veel succes toewens en hen vraag om heel rustig, vol zelfvertrouwen, goed de vragen te lezen en alles goed en rustig na te kijken (stap 4 van Meichenbaum)!!?
  • ik ook inga op wat een leerkracht of docent (nog) meer kan doen bij concen-tratieproblemen?
  • in mijn volgende nieuwsbrief vooral inga op het gekibbel en geruzie tussen de kinderen, waardoor vaak de sfeer thuis wordt verpest?
  • ik je mijn hartelijke groeten doe en je met alles veel succes toewens?

Reacties zijn gesloten.