Nieuwsbrief 19 jaargang 1

Negentiende nieuwsbrief van mijn praktijk.
 

 
Deze keer ga ik in op:

  • een didactische vraag over wat een leerkracht of een docent nóg meer kan doen aan de aanhoudende concentratie-problemen van een leerling in de klas;
  • ruzie en gekibbel tussen kinderen;
  • ADHD en ADD;
  • wist u datjes waarin u weer leuke informatie kunt lezen.

Veel leesplezier!
 
Didactisch probleem:
‘Wat kan ik nog meer doen aan de aanhoudende concentratieproblemen van een leerling in de klas?
In mijn zesde en vorige nieuwsbrief ben ik hier al op ingegaan. Ik gaf je toen het idee om de leerling te laten tekenen, kleuren, etc. terwijl jij als leerkracht iets uitlegt of voorleest. Ook gaf ik aan om in gesprek te gaan met het kind en een beeld te krijgen van de oorzaak van de minder goede concentratie. In mijn vorige nieuwsbrief vroeg ik je om eens kritisch te kijken naar je eigen leerkrachtgedrag, de leerling, de leerstof, de omgeving en ook om te overwegen of er mogelijk sprake zou kunnen zijn van een concentratiestoornis.
In deze nieuwsbrief wil ik graag verder ingaan op dit lastige probleem voor ons, onderwijsmensen, maar zeker ook voor de leerling. Over het algemeen is een kind er nooit op uit om ons dwars te zitten.
Nog enkele tips zie je hieronder:

  • Hou rekening met de leeftijd én met de mogelijkheden van het kind;
  • Iedereen is niet altijd even productief, er mogen momenten zijn van dalende productie;
  • Zelfs de beste hulp kan niet alle problemen oplossen. Stel je doelen niet te hoog, dan voorkom je voor jezelf en het kind tegenvallende resultaten;

Het streven moet zijn om het kind weer terug te krijgen in het gebruikelijke patroon binnen de groep. Maak het kind zo mogelijk niet blijvend afhankelijk van ondersteuning;

  • Maak gebruik van aandachttrekkers: lok tijdens het lesgeven reacties uit van de leerlingen. Een plotselinge vraag of opmerking, een geluid, een beweging of een blik. Het effect kan zijn dat de leerlingen (weer) goed gaan luisteren. Dit werkt (tijdelijk) goed;
  • Een goede voordracht (enthousiast, le-vendig, lengte) zorgt voor een grotere concentratie;

 

  • Een goede instructie voorkomt veel vragen en daarmee veel storingen die niet werken voor concentratiezwakke kinderen;
  • Goede regels en afspraken beperken het aantal storingen;
  • Hou je aandacht bij de klas (dus niet intussen corrigeren of kopiëren);
  • Zijn er toch storingen, handel ze dan zo snel mogelijk af. Blijf gewoon doorpra-ten, maar fixeer intussen de stoor-zender en geef deze leerling bijvoor-beeld een beurt of prijs de buurman die wél goed werkt of negeer de storende leerling indien mogelijk;
  • Breng structuur aan in de les;
  • Wissel concentratievereisende lessen af met even iets anders, zing bijvoorbeeld een liedje of laat ze ‘even gaan’. Daarna is de concentratie weer fris;
  • Laat de leerlingen iets ongewoons beleven of stel iets verrassends in het vooruitzicht;
  • Probeer ervoor te zorgen dat de leerling plezier heeft in het onderwerp, de taak of de methode;
  • Laat de leerling zoveel mogelijk zelf doen en organiseren;
  • Creëer een sfeer waarin het kind zich competent voelt.

(Volgende keer nog enkele tips.)
Ruzie en gekibbel tussen de kinderen.

Van kibbelen tot knallende ruzie.
Kinderen die continu bekvechten, of die steeds ruzie met je zoeken. Het is om gek van te worden. Ouders weten wel dat ruzie erbij hoort, maar toch vinden ze het over het algemeen moeilijk om ermee om te gaan. Ze voelen zich machteloos, of zijn bang het verkeerd aan te pakken. Soms zijn ouders de wanhoop nabij. Als twee kinderen zoveel ruziemaken, dat ze eigenlijk geen moment meer samen kunnen zijn bijvoorbeeld.
Toch heeft ruziemaken nut.
Maar wat leren kinderen er dan van?
Wanneer moet je ingrijpen?
En hoe erg is het als jij ruziemaakt met je partner – waar je kind bij is?
Als je kinderen opeens veel meer ruzie maken dan normaal, dan is er misschien meer aan de hand. Vaak is ruzie het ‘eindpunt’ van andere stress. Is je kind soms boos of verdrietig over hoe het op school gaat? Ben je zelf misschien erg onrustig? Dat soort dingen werken allemaal mee.

  1. Is ruziemaken slecht?

Een zekere dosis ruzie in huis is niet alleen normaal, maar zelfs gezond. Kinderen leren zo omgaan met boosheid en frustratie en rekening te houden met anderen. Ook ontwikkelen ze sociale vaardigheden, zoals gevoelens onder woorden brengen, voor jezelf opkomen en onderhandelen. Kinderen steken er het meest van op als ze de kans krijgen de ruzie zelf op te lossen. Waar nodig begeleid je ze om te laten zien hoe dat het beste kan. Volgende keer vertel ik over enkele mogelijkheden om je kinderen zo goed mogelijk en zo verantwoord mogelijk te helpen.

  1. Waar gaan de meeste ruzies over?

Ruzies tussen kinderen en hun ouders gaan vaak over het verkennen van grenzen. Op welke tijd een kind naar bed gaat bijvoorbeeld, of hoe laat een puber thuis mag komen. Bij tieners is de communicatie zelf ook vaak het onderwerp: zij hebben het gevoel dat hun ouders hen niet begrijpen, terwijl de ouders denken dat hun kinderen niet luisteren. Tussen kinderen onderling gaat het dikwijls over alledaagse dingen, zoals over wie waarmee mag spelen, of over geheimpjes die niet doorverteld mochten worden.

  1. Op welke leeftijd maken ze het meest ruzie?

Elke leeftijd brengt een ander soort ruzie met zich mee. Je ziet dat het thema verandert, maar ook de heftigheid en de duur. Kinderen tussen de drie en vijf jaar vertonen van nature meer agressie. Dat is namelijk de leeftijd waarop ze voor zichzelf leren opkomen. Ook in de puberteit neemt het aantal conflicten toe. In die fase heeft ruzie weer een heel andere functie, namelijk het losmaken van je ouders. Kinderen van hetzelfde geslacht en ongeveer dezelfde leeftijd maken de meeste ruzie, simpelweg omdat ze meer met elkaar omgaan.

  1. Vanaf welke leeftijd zijn ze in staat ruzie te begrijpen?

Tot een jaar of vijf zijn kinderen vooral bezig met wat zij willen; voor het belang van de ander hebben ze nog geen oog. Het gevoel van boosheid overvalt ze en ze vinden het lastig achteraf te vertellen hoe een ruzie is ontstaan. Vandaar dat jonge kinderen vooral bezig zijn met hoe het verder moet. (‘Wie mag nu besluiten wat er op tv gekeken wordt?’) Het uitpraten en vaststellen wie er ‘schuld’ had aan de ruzie heeft op die leeftijd niet veel zin. Vraag liever wat het kind wil en hoe het dat wil regelen. Praten over waarom een kind ruzie maakt, kan goed vanaf een jaar of acht. Dan zijn ze namelijk in staat om hun eigen gedrag te beredeneren en zich in het gevoel van een ander te verplaatsen.

  1. Wanneer moet je ingrijpen?

Veruit de meeste conflicten lossen zichzelf op; daar zijn kinderen al op jonge leeftijd toe in staat. Maar dan moeten ze wel de kans krijgen om te ‘oefenen’ met ruziemaken. Ouders hebben vaak de neiging om snel tussenbeide te komen. Ze spelen dan voor scheidsrechter, of proberen de boel te sussen. Het gevolg is dat kinderen gaan denken dat ruziemaken iets slechts is en dat je altijd lief en aardig moet zijn.
Zolang een ruzie enigszins evenwichtig verloopt en kinderen elkaar geen pijn doen, kun je hem beter op zijn beloop laten. De kans is groot dat ze dan zelf naar een oplossing zoeken. Bovendien voorkom je zo dat ruziemaken een manier van aandacht vragen wordt.
Zodra een ruzie fysiek wordt – slaan, schoppen, knijpen – moet je wél direct ingrijpen. Hetzelfde geldt bij verbale agressie (uitschelden, intimide-ren). Maak duidelijk dat zulk gedrag onacceptabel is. Woede en frustratie horen bij ruziemaken, maar de grens ligt bij elkaar pijn doen.
(Wordt vervolgd in de volgende nieuwsbrief!)
ADHD en ADD.
In mijn vorige nieuwsbrief vertelde ik al over de hoofdkenmerken, de bij deze stoornis behorende aandachts- en concentratieproblemen, de impulsi-viteit, de hyperactiviteit, het niet altijd druk zijn terwijl dit meestal wel verwacht wordt en over de ‘brusjes’, de broertjes of zusjes van een kind met AD(H)D die zo vaak vergeten worden en niet gezien worden, omdat zij de aandacht niet per se opeisen en zich soms juist terugtrekken!

AD(H)D komt voor bij zo’n twee tot drie procent. In de puberteit ‘verbetert’ de AD(H)D bij ongeveer een derde van de kinderen. Bij de rest verbetert het niet of wordt het zelfs heftiger. Vaak wordt dit dan veroorzaakt door bijkomende stoornissen, zoals ernstige gedragsstoornissen. We noemen dit comorbiditeit. AD(H)D kan met allerlei andere stoornissen samengaan, zoals met ASS (Autisme Spectrum Stoornis), CD (Conduct Disorder of agressieve gedragsstoornis),  leerstoornis zoals dyslexie (lees- en/of spellingstoornis) of dyscalculie(rekenstoornis), angststoornis of depressiviteit, Gilles de la Tourette, DCD (motorische stoornis), etc.

 
AD(H)D moet je niet laten vaststellen door de leerkracht, de buurvrouw, maar ga met je kind voor een goede en verantwoorde diagnose via je huisarts naar een goede kinderpsychiater. Deze arts maakt gebruik van een internationaal afsprakensysteem (DSM-V). Daarin staan de belangrijkste kenmerken van o.a. ADHD en ADD beschreven. Bij het stellen van de diagnose gaat de arts zorgvuldig na wat de achtergrond van het gedrag is: hoort het bij ADHD, of is het toe te schrijven aan omstandigheden of andere (psychi-atrische) stoornissen?
Voor de diagnose verzamelt de arts informatie over:

  • de ontwikkelingsproblemen;
  • de gezondheidsproblemen;
  • het vóórkomen van leer- en gedragspro-blemen in de familie (erfelijke factor);
  • de omgang tussen ouders en kind;
  • de relatie van het kind met zijn leerkracht of docent;
  • de omgang van het kind met andere kinderen;
  • de leefomgeving;
  • de stress in het gezin (zoals de gezinsle-den die ervaren).

De arts verzamelt deze informatie aan de hand van:

  • een gesprek met de ouders;
  • informatie van de leerkracht;
  • ingevulde vragenlijsten;
  • een vergelijking met eerder behandel-ervaringen;
  • lichamelijk onderzoek;
  • zijn eigen indruk van het kind.

Vervolgens moet dan worden uitgezocht hoe de stoornis de ontwikkeling van het kind beïnvloedt. Dat is voor elk individueel kind verschillend, want het heeft te maken met allerlei factoren:

  • de persoonlijkheid van het kind;
  • de ernst van de ADHD of de ADD;
  • de eventueel bijkomende stoornissen;
  • de beschikbare hulp;
  • de veerkracht van ouders, broers, zusjes, leerkrachten/docenten en andere belangrijke personen in de omgeving van het kind.

ADHD wordt vaak een ontwikkelingsrisico genoemd. Uiteindelijk bepalen de ernst van de ADHD én de beschermende en/of risicofactoren de uitkomst later. Beschermende factoren zijn bijvoorbeeld een goede intelligentie, een stabiele persoonlijkheid en een steunende omgeving.
Behandeling.
Er is nog geen medicijn dat ADHD geneest, evenmin als een pasklare therapie die de stoornis opheft. Wel kunnen medicijnen de verschijnselen verminderen. Daarnaast kan het kind leren met zijn ADHD om te gaan. Men heeft het dikwijls over ‘managen’ van het gedrag – in eerste instantie door de ouders, leerkrachten of RTer, maar met het toenemen van de leeftijd meer en meer door de kinderen zelf. Hun eigen kennis over ADHD zal hen ertoe kunnen brengen met hun probleem te leren omgaan. Maar gezien het chronische karakter van de stoornis zullen zij altijd in meerdere of mindere mate afhankelijk blijven van hulp van anderen.
ADHD is nooit een excuus voor gedragsproble-men, maar vaak wel een deel van de verklaring.
De hoekstenen van de aanpak bij ADHD zijn:

  • inzicht in de stoornis;
  • medicatie;
  • opvoedingsondersteuning;
  • gedragstherapie.

 

  • ik mijn praktijk op 15 april jl. ZEVEN JAAR geleden ben begonnen?
  • in deze meivakantie mijn website gaat veranderen en up tot date wordt gemaakt?
  • ik het erg zou waarderen als u op mijn website www.fridyremedialteaching.nl  in mijn gastenboek een berichtje achter zou laten?
  • u dat meerdere keren mag doen?
  • ik ook een zakelijke FB pagina heb?
  • ik het ook leuk zou vinden als u aangeeft op deze pagina dat u deze FB pagina en dus eigenlijk mijn praktijk leuk vindt?
  • de vierde en dus laatste periode van dit schooljaar 17 april jl. is begonnen?
  • de oudervereniging Balans op maandag 18 mei as in Het Turfschip in Etten-Leur een interessante avond over omdenken in opvoeding en onderwijs met als titel: Lastige kinderen? Heb jij even geluk? organiseert van 20:00 uur tot 22:30 uur?
  • u meer informatie hierover kunt vragen en u zich kunt aanmelden voor deze leuke avond op balanswestbrabant@ziggo.nl?
  • ik alle eindexamenkandidaten enorm veel succes toewens bij het voorbereiden van het eindexamen?
  • ik al ‘mijn’ leerlingen van groep 8 en ‘mijn’ eindexamenkandidaten veel geduld gun om te wachten op die zo belangrijke uitslag?
  • ik alle andere leerlingen heel veel succes toewens bij de laatste loodjes voor de overgang naar de volgende klas?
  • ik op al ‘mijn’ leerlingen heel trots ben, omdat zij toch maar mooi hun problemen aanpakken in mijn praktijk en dat dat voor hen zeker niet altijd makkelijk is?
  • ik iedereen een fijne, ontspannende en zonnige meivakantie toewens?

Reacties zijn gesloten.