Nieuwsbrief 20 jaargang 1

Twintigste nieuwsbrief van mijn praktijk.
 

 
Deze keer ga ik in op:

  • de concentratie in de klas;
  • ruzie en gekibbel tussen kinderen deel 2;
  • hoogsensitiviteit;
  • wist u datjes waarin u weer leuke informatie kunt lezen.

Veel leesplezier!
 
Didactisch probleem:
‘Wat kan ik nog meer doen aan de aanhoudende concentratieproblemen van een leerling in de klas?
In nieuwsbrief 6, 18 en 19 ben ik hier al op inge-gaan. In deze nieuwsbrief wil ik graag mijn laatste tips aanreiken die ik over dit onderwerp voor jou heb verzameld. Zie ook de tips die ik in de vorige nieuwsbrieven vermeldde als je dit nodig vindt.
Nog enkele tips zie je hieronder:

  • Ga uit van de zone van de naaste ontwikkeling;
  • Vertel duidelijk waarom dit werk gemaakt en geoefend moet worden;
  • Werk zo nodig ‘top-down’;
  • Informeer regelmatig naar de leerling door een persoonlijk gesprekje te plannen;
  • Een goed functionerend gezin (goede voeding, rust, reinheid, regelmaat) zijn positief voor de concentratie;
  • Zintuiglijke problemen (buisjes in de oren, slechte ogen) hebben ook invloed op het concentratievermogen van het kind;
  • Kleed het lokaal niet te druk aan;
  • Accepteer de leerling zoals hij is: met zijn sterke en zijn zwakke kanten. Toon begrip en empathie. Een goede relatie is een onmisbaar fundament voor hulp;
  • Laat het kind ervaren dat je vertrouwen hebt in zijn mogelijkheden om het beter te gaan doen;
  • Stel kleine doelen en bouw zo aan succeservaringen;
  • Verdeel de stof in stukjes voor het concentratiezwakke kind;
  • Maak met het kind een stappenplan van taken of bewerkingen en noteer dat op een kaartje waardoor het kind houvast krijgt en heeft;
  • Werk met de principes van Meichenbaum.

Heel veel succes en geduld met deze leerling!

Ruzie en gekibbel tussen de kinderen.
Zie ook mijn vorige nieuwsbrief met mijn inleiding over dit onderwerp en de volgende punten:

  1. Is ruziemaken slecht?
  2. Waar gaan de meeste ruzies over?
  3. Op welke leeftijd maken ze het meest ruzie?
  4. Vanaf welke leeftijd zijn ze in staat ruzie te begrijpen?
  5. Wanneer moet je ingrijpen?
  6. Hoe geef je het goede voorbeeld?

Het allerbelangrijkste is dat je tijdens een ruzie respect toont voor elkaar en voor de emoties die onherroepelijk bij een ruzie vrijkomen.
Laat de ander – je partner of je kind – altijd uitpraten. Probeer in je argumenten rekening te houden met de gevoelens en wensen van de ander.
Ook belangrijk: blijf als ouders altijd een eenheid vormen naar je kind. Van ouders die in het bijzijn van hun kind over de regels discussiëren, raakt een kind alleen maar in de war.

Af en toe ruziën in het bijzijn van de kinderen
kan helemaal geen kwaad. Sterker nog, als de ruzie goed verloopt leren kinderen dat je, ondanks meningsverschillen, op een normale manier met elkaar kunt blijven omgaan.
Anders wordt het als kinderen heel vaak met ruzie te maken krijgen, of als de ruzie in verbaal of fysiek geweld uitmondt.
Voor een kind is het heel belangrijk dat het begrijpt waar de ruzie tussen zijn ouders over gaat. Bij alledaagse conflicten – wie doet de afwas, waarom is de hond nog niet uitgelaten – is dat geen probleem. Maar ruzies over meer serieuze zaken, zoals over relatieproblemen of over de opvoeding, zijn voor kinderen heel verwarrend. Als ze niet snappen wat er aan de hand is, zoeken ze de oorzaak al gauw bij zichzelf. Verreweg het meest schadelijk zijn conflicten met lichamelijk geweld of waarbij wordt gedreigd of geïntimideerd.
Ook sluimerende meningsverschillen kunnen een nare uitwerking hebben. Kinderen pakken een sfeer van spanning en stilzwijgen perfect op, maar begrijpen doen ze het niet. Het maakt dat ze zich onveilig en onzeker voelen. Soms vertaalt dat zich in problemen in druk gedrag, angst of depressie. Hoe jonger het kind is, hoe dieper ingeworteld zo’n probleem kan raken.
Hard schreeuwen of slaan? Dat werkt averechts. Loopt een ruzie toch uit de hand – en dat kan de beste overkomen – kom er dan later nog een keer op terug. Van te durven bekennen dat je fout zat, steken kinderen óók veel op.
Het is onmogelijk om ruzie in het bijzijn van de kinderen totaal te vermijden. Dat  hoeft ook helemaal niet. Maar zorg er wel voor dat je heel goed duidelijk maakt dat zij er geen schuld aan hebben en dat ze de uitkomst ervan niet kunnen beïnvloeden.
Ook belangrijk: een kind moet nooit het gevoel krijgen dat het partij moet kiezen. Dus in een boze bui niet via je kind met elkaar gaan praten (‘Zeg maar tegen papa dat……’).
Een praktische tip is je kinderen regelmatig te vragen hoe ze zich voelen als jullie ruziemaken. Door hun gevoel serieus te nemen en uit te leggen wat er aan de hand is kun je veel potentiële schade voorkomen. Vertel daarbij dat je je boos maakt om het gedrag van je partner, maar niet over je partner zelf. Zo leer je ze dat je ondanks een verschil van mening nog steeds heel veel van elkaar kunt houden.

  1. Wat kun je doen om ruzies te voorkomen?

Probeer of je de achterliggende oorzaak van de ruzies kunt ontdekken.
Soms is een kind bijvoorbeeld oververmoeid, voelt het zich achtergesteld of wordt het veel gepest.
Kom je er zelf niet achter, vraag dan een opa, een leraar of een vriendin om eens een tijdje extra op te letten. Zodra je begrijpt wat er aan de hand is, kun je het probleem aanpakken.
Merk je bijvoorbeeld dat broertjes en zusjes elkaar op een bepaald moment van de dag erg in de weg zitten, maak dan een verschillende dagindeling (bijvoorbeeld het ene kind ’s ochtends in bad, het andere ’s avonds). Voor elk een eigen (speel)plek met eigen spulletjes creëren wil bij jaloezie vaak goed helpen.

  1. Wanneer is het verstandig om hulp te zoeken?

Wordt er zo vaak en zo veel geruzied dat het de sfeer in huis negatief beïnvloedt? Of heb je intuïtief het gevoel dat er meer aan de hand is met je kind? Dan kan het verstandig zijn om hulp van buiten in te schakelen. In de vorm van een ouderbegeleiding, een Remedial Teacher of een kindertherapeut. Hetzelfde geldt voor gevallen waarin kinderen langdurig heel agressief zijn, zonder dat daar een duidelijke aanleiding voor is.
Gebakkelei tussen broertjes en zusjes: waar kun je als kind beter met ruzie oefenen dan thuis? Broertjes en zusjes kun je door een ruzie immers niet kwijtraken, een vriendschap wel.
Bij ruzie tussen broers en zussen speelt jaloezie vaak een rol. Als een kind veel en vaak jaloers gedrag vertoont, kun je erop rekenen dat hij zich oprecht achtergesteld voelt. Of dat in jouw ogen nu terecht is of niet.
Een jaloers kind wil vooral dat je interesse in hem toont en hem lief vindt. Maar door ruzie te zoeken bereikt het vaak het tegenovergestelde. Geef hem extra aandacht in plaats van hem te straffen. Daarmee laat je zien dat zijn gevoel er net zoveel toe doet als dat van zijn broertje of zusje. Met een beetje geluk neemt het aantal ruzies erdoor af.
Vaak ontstaan er vaste ruziepatronen in een gezin. Het oudste kind gedraagt zich dominant en bazig ten opzichte van het jongere broertje of zusje. Bij een conflict zal hij schreeuwen en schelden. De jongste is nog niet in staat om goed weerwoord te bieden en timmert er uit frustratie op los.
Van nature zijn ouders geneigd het voor één van de twee op te nemen.
Vaak is dat de jongste, omdat de oudste ‘toch beter zou moeten weten’.
Het gevolg is nóg meer boosheid en jaloezie.
(Over)kokende pubers.
De puberfase, met alle veranderingen in lijf, geest en driften die daar bij horen, maakt tieners extra kwetsbaar en prikkelbaar. Om het minste of geringste kunnen ze in woede uitbarsten. Veel puberconflicten komen dan ook voort uit onzekerheid, frustratie en stress. Gaat het moeilijk op school, of botst het tussen vrienden, dan richt de onvrede zich al gauw op een makkelijk slachtoffer: een broertje of zusje of de ouders. Naarmate ze ouder worden, gaan pubers zich steeds meer op de omgeving richten en steeds minder op het kleine wereldje van het gezin. Daarmee neemt het aantal ruzies meestal vanzelf af.
Ik verwijs hiervoor naar voorgaande nieuws-brieven, waarin ik veel informatie gaf over dit onderwerp.
Jan Kornelis Dijkstra, socioloog, deed onderzoek naar agressief gedrag bij pubers. Volgens hem zorgt het vertonen van ‘antisociaal gedrag’ ervoor dat de status van pubers in de groep stijgt. ‘Zowel populaire jongens als meisjes vertonen agressief gedrag. Wel zijn meisjes vaker relationeel in plaats van fysiek agressief. Simpel gezegd: ze zullen eerder roddelen dan er op slaan. Bij jongens is agressie veel zichtbaarder. Om een passie in een groep te verwerven is dominantie heel belangrijk. Meestal uit zich dat in iets fysieks, bijvoorbeeld door een klap uit delen’.
Hoewel fysiek agressief gedrag bij pubers dus een functie lijkt te hebben, loont het op de lange duur niet, aldus Dijkstra. ‘Hoe ouder kinderen worden, hoe minder ze dat soort gedrag waarderen. Dat geldt vreemd genoeg niet voor relationele agressie, zoals roddel en achterklap. Die neemt juist toe, ook bij jongens’.
(Wordt vervolgd in de volgende nieuwsbrief!)
Hoogsensitiviteit.
Een HSK (Hoog Sensitief Kind) is een kind dat gevoeliger is voor indrukken van de buitenwereld dan gemiddeld. Het gaat om subtielere nuances waarnemen, sneller overprikkeld raken, zich daarom terug willen trekken en nog veel meer. Deze eigenschap is een kwaliteit, geen stoornis.
Als een  kind hoog sensitief is, leer het kind dan gebruik te maken van zijn eigenschappen en er zijn voordeel mee doen. Biedt het kind onvoorwaardelijke liefde en steun. Sta altijd achter het kind!
Hoog Sensitieve Kinderen:

  1. Kunnen zich goed inleven;
  2. Merken negatieve emoties van anderen sneller op;
  3. Hebben niet altijd de controle over hun eigen, intense emoties;
  4. Zijn afwachtend of terughoudend in nieuwe en spannende situaties;
  5. Ervaren de dingen zo intens dat het ze bedreigt;
  6. Zijn niet zo blij met verrassingen en onverwachte gebeurtenissen;
  7. Presteren beter wanneer anderen niet kijken;
  8. Zijn snel in verlegenheid gebracht;
  9. Hebben moeite met ongevoelige en onbehouwen types;
  10. Denken snel dat ze iets verkeerd hebben gedaan;
  11. Zijn perfectionistisch;
  12. Zijn evenveel jongens als meisjes;
  13. Zijn in aanleg emotioneel intelligent (EQ);
  14. Zijn gewetensvol;
  15. Stellen je veel vragen;
  16. Hebben een rijke innerlijke belevings-wereld;
  17. Zijn gevoelig voor pijn bij zichzelf en anderen;
  18. Leven graag in hun eigen tempo;
  19. Houden van de natuur, schoonheid en kunst;
  20. Zijn gevoeliger voor stress en kunnen daardoor lichamelijke klachten vertonen;
  21. Hebben meer last van stemmingswisse-lingen en sterke emoties;
  22. Presteren minder goed als anderen hen op de vingers kijken;
  23. Schrikken sneller;
  24. Hebben last van kleren die kriebelen, naden in sokken of kledingmerkjes tegen zijn/haar huid;
  25. Leren meer van een vriendelijke terecht-wijzing dan van strenge straf;
  26. Gebruiken moeilijke woorden voor zijn of haar leeftijd;
  27. Ruiken elk vreemd geurtje;
  28. Hebben een scherpzinnig gevoel voor humor;
  29. Lijken zeer intuïtief;
  30. Zijn moeilijk in slaap te krijgen na een opwindende dag;
  31. Willen zich verkleden als zijn/haar kleren nat of zanderig zijn geworden;
  32. Houden meer van rustige spelletjes;
  33. Hebben oog voor detail (iets dat van plaats is veranderd, een verandering in iemands uiterlijk e.d.);
  34. Kijken eerst of het veilig is alvorens ergens in te klimmen;
  35. Beleven de dingen intensief.

 
Als je vijftien of meer punten bij jezelf of bij je kind herkent, ben jij of is het kind waarschijnlijk hoog sensitief.
 
Een HSK kan ook nog een beelddenker zijn. Deze kinderen zouden in de klas meer visueel dan auditief benaderd moeten worden!
(Over beelddenken meer in de volgende nieuws-brief!)
 
 
 
 

  • ik je het boek ‘Mijn kind is hooggevoelig’, een wegwijzer voor ouders, leerkrachten en hulpverleners’ van harte kan aanbevelen? Dit boek is natuurlijk ook in te zien in mijn praktijk;
  • ouders die fouten meteen corrigeren en elke ochtend de boterhammen van hun kind smeren,  het onbedoeld opvoeden tot een onzeker kind dat zichzelf niet kan redden? Onderzoekers van de universiteit van Missouri ontdekten dat het je zoon of dochter ook niet populairder maakt. Sterk gecontroleerde kinderen hebben een slechter gevoel bij hun ouders dan zij die die vrijheid krijgen om dingen zelf uit te vogelen. Bepaalde regels moeten natuurlijk, maar geef je je kind  ook de ruimte om zelf beslissingen te nemen?
  • Nederlandse moeders toch nog twee keer meer tijd besteden aan hun kinderen dan hun mannen?
  • je van mindfulness ook nog eens populair wordt? Mindfulness – waarbij mensen leren aandacht te schenken aan wat zich in het moment voordoet, met mildheid, zonder te oordelen – is goed voor zo ongeveer alles. Ook kinderen kan het veel goed brengen. Volgens psychologen worden kinderen er behulpzamer, optimistischer en rustiger van. Ook zouden ze er betere rekencijfers door halen en populairder worden op school, want als je kind minder gestrest is en meer focus heeft, zal hij of zij ook meer rust hebben om anderen te helpen of dingen te vragen, waardoor het kind  meer kan bereiken op school en de sociale interactie verbetert. Wist je dat?

Reacties zijn gesloten.