Nieuwsbrief 21 jaargang 1

Eenentwintigste nieuwsbrief van mijn praktijk.

Deze keer ga ik in op:

  • ruzie en gekibbel tussen kinderen deel 3;
  • hoogsensitiviteit;
  • wist u datjes waarin u weer leuke informatie kunt lezen.

Veel leesplezier!
 
Didactisch probleem:
Ruzie en gekibbel tussen de kinderen.
Zie ook mijn vorige twee nieuwsbrieven met mijn inleiding over dit onderwerp en de volgende punten:

  1. Is ruziemaken slecht?
  2. Waar gaan de meeste ruzies over?
  3. Op welke leeftijd maken ze het meest ruzie?
  4. Vanaf welke leeftijd zijn ze in staat ruzie te begrijpen?
  5. Wanneer moet je ingrijpen?
  6. Hoe geef je het goede voorbeeld?
  7. Wat kun je doen om ruzies te voorkomen?
  8. Wanneer is het verstandig om hulp te zoeken?
  9. Voordelen van ruzie.

Een kind leert:

  • Z’n hart te luchten en emoties en frustraties te uiten;
  • Gevoelens onder woorden te brengen;
  • Z’n eigen identiteit te ontwikkelen;
  • Dat je van mening mag verschillen;
  • Voor zichzelf op te komen en grenzen te stellen;
  • Zich in te leven in een ander;
  • Onderhandelen en compromissen sluiten;
  • Zich los te maken van z’n ouders.
  1. Is ’t weer eens hommeles?

Zo help je ze:

  • Benoem wat je ziet dat er gebeurt (de feiten, niet wat je vermoedt dat er aan de hand was voor je erbij kwam), plus de gevolgen: ‘Ik zie dat jij slaat. Slaan doet pijn, dat doen we hier niet’.
  • Duidelijk maken dat fysiek geweld (slaan, schoppen, bijten, knijpen) en verbaal geweld (schelden, verbaal kwetsen en vernederen) niet mag.
  • Vraag waarover ze ruzie hebben en stel je onpartijdig op.
  • Geef beide partijen de kans hun verhaal te doen. Stel vast wat de behoefte van beide kinderen is. Meestal kun je dat niet zien, soms helpt kort vragen. Zodra je de situatie snapt, kap je de verhalen af. ‘Stop maar, ik hoor het al, jullie willen allebei op de computer spelen en dat gaat niet’.
  • Vraag ze hoe ze het probleem willen oplossen. ‘Hoe kunnen we dit oplossen, wat kunnen we doen?’ en help als dat nodig is. ‘Jullie kunnen om de beurt gaan, of samen een spel doen. Of we zetten dat ding voorlopig helemaal uit’.
  • Als ze niets kunnen verzinnen, geef ze dan een paar opties. Laat ze zelf kiezen, dus laat de verantwoordelijkheid voor het vinden van een oplossing bij de kinderen.
  • Opkomen voor degene die verdrukt dreigt te worden.
  • Prijs ze als ze zonder ruzie verder spelen en geef de kinderen kort aandacht als ze wél leuk spelen, in plaats van alleen als er ruzie is. Zo leer je ze dat negatief gedrag en huilen geen aandacht opleveren, maar positief gedrag en leuk samen spelen wel.
  • Geef elk van je kinderen een half uur per dag één op één aandacht.
  • Geef zelf het goede voorbeeld. Dat betekent: redelijk en duidelijk zijn. laat je niet verleiden om mee te doen aan het welles-nietes, of om ook te gaan schreeuwen.

Zo help je ze juist niet:

  • Kinderen dwingen om altijd alles samen te doen of te delen.
  • Elke ruzie afkappen of je er constant mee te bemoeien.
  • Kinderen tot een jaar of vier, vijf vragen om hun ruzies uitgebreid te beredeneren of te reconstrueren.
  • Een kant-en-klare oplossing creëren.
  1. Tips om ruzies tussen broertjes en zusjes te verminderen:
  • Stel duidelijke regels op over wat wel en niet mag en handhaaf dat consequent.
  • Dwing kinderen niet om altijd alles samen te doen en alles te delen.
  • Om een patroon van ruzie te doorbreken helpt het soms om drastische maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld: het speelgoed achter slot en grendel en elk kind één ding laten kiezen waar hij op een vastgestelde tijd mee mag spelen.
  • Doe af en toe ook iets leuks met ieder kind afzonderlijk.
  • Kies bij een ruzie zo min mogelijk partij.
  • Als de hoeveelheid ruzie in huis plotseling toeneemt, zoek dan ook naar de achterliggende oorzaken.
  1. Heeft een time-out nut?

Sinds Supernanny haar intrede in Nederland heeft gedaan is de time-out – al dan niet op een speciale mat of stoel – niet meer weg te denken als opvoedtool. Maar heeft een time-out ook zin bij een fikse ruzie?

Drie deskundigen geven hun mening.
 
Fieke Wellink, orthopedagoge en GZ-psychologe:
‘Dat hangt erg van het kind af. Bij sommige kinderen helpt het om hen even apart te zetten. Anderen reageren er veel beter op als je juist contact met ze maakt, door dicht bij ze in de buurt te blijven en hen zachtjes over hun rug te wrijven. Belangrijk: als je besluit een time-out toe te passen, zorg er dan voor dat je kind vooraf de regels kent. Een time-out die uit de lucht komt vallen heeft geen enkele zin’.
 
Dana Franssen, ontwikkelingspsychologe en kindertherapeute:
‘Je moet voorkomen dat je kind zich machteloos of niet serieus genomen voelt in de discussie. Dat kan gebeuren als jij als ouder opeen ‘time-out’ mag roepen en hij niet. Mijn advies is om, als een ruzie te heftig wordt, allebei apart te gaan afkoelen. Het effect is hetzelfde, maar de aanpak meer gelijkwaardig. Na een tijdje (soms zelfs de volgende dag) is het dan makkelijker om het onderwerp opnieuw te bespreken’.
 
Tischa Neve, kinderpsychologe en opvoedcoach:
‘Ik ben geen voorstander van een time-out bij een heftige ruzie. Je lost het probleem er niet mee op. Als een kind bijvoorbeeld gaat slaan, is het beter hem de consequenties van zijn gedrag te laten ervaren. Bijvoorbeeld door hem een koud doekje of een pleister te laten halen voor degene die hij geslagen heeft. Op die manier wordt hij zich bewust van de nare effecten van zijn gedrag’.

  1. Slaan.

‘En nu is het genoeg!!’

De meeste ouders nemen zich voor nooit te slaan. Toch wordt er nogal eens uitgehaald. Dat lucht op, ja. Maar helpt het ook?
Ontwikkelingspsychologe en kindertherapeute Dana Franssen adviseert ouders niet te slaan. Óók niet als je kind eerst jou slaat. Het is belangrijk dat kinderen leren dat agressie nog meer agressie uitlokt en dat op die manier nooit een einde aan geweld komt. Door als ouder te slaan geef je precies de tegenovergestelde boodschap: namelijk dat fysiek geweld een oplossing voor problemen biedt. Bovendien: als jij mag slaan, mag hij dat ook, redeneert een kind. Zo gaat het van kwaad tot erger. Niet voor niets zijn volwassenen die vroeger veel geslagen zijn eerder agressief en zitten ze vaker psychisch in de knoop.
 
Kleine kinderen worden vaker fysiek gestraft dan grotere. Bijna zestig procent van de ouders geeft zijn peuter wel eens een tik.

Bij kleuters daalt dat aantal tot vijfenveertig procent en bij de kinderen tot twaalf jaar zakt het nog verder naar vierentwintig procent. Dat blijkt uit het rapport van De Leefsituatie van kinderen tot 12 jaar in Nederland.
Jongere ouders slaan vaker dan oudere.
Jongens worden niet méér geslagen dan  meisjes.
Op de lange termijn heeft slaan nauwelijks zin. Tachtig procent van de peuters vervalt nog dezelfde dag in het ongewenste procent. Vijftig procent zelfs binnen twee uur.
 
Jongens slaan of schoppen sneller als ze ruziemaken. Maar betekent dat ook dat ze agressiever zijn dan meisjes? Of uiten die hun agressie op een andere manier?
Bij jongens wordt de pikorde vooral bepaald door fysieke zaken. Wie het sterkst is, of wie het beste kan voetballen. Meisjes zijn meer gericht op het goed houden van de relatie met anderen. Het is hun sterke kant, maar óók het punt waarop ze kwetsbaar zijn. dat is dus het terrein waarop zij hun strijd voeren.
Onze maatschappij is behoorlijk geëmancipeerd, maar we voeden jongens en meisjes nog steeds met verschillende verwachtingen op. Stoer gedrag van jongens wordt meestal gestimuleerd, inclusief de lichamelijke aspecten die daarbij horen. Ze moeten fysiek laten zien dat ze sterk zijn.
Bij meisjes is het tegenovergestelde het geval. Dat vertaalt zich in verschillend ruziegedrag. Meisjes roddelen meer, of negeren een vriendinnetje om haar zo te ‘straffen’. Aan de buitenkant is dat gedrag minder verstorend, maar het kan geestelijk net zo’n heftig effect hebben.
Jongens zullen zich wat sneller laten verleiden tot een wedstrijdje, al dan niet fysiek. Meisjes daarentegen maken eerder afspraken over hoe ze samen dingen kunnen regelen.
Uit onderzoek bij kinderen tussen de acht en dertien blijkt dat meisjes sneller laten zien dat ze emotioneel geraakt zijn door een ruzie. Ze zoeken bovendien achteraf vaker steun bij een vriendinnetje, een ouder of een juf of meester. Dat betekent overigens niet dat ze meer belang hechten aan hun vriendschappen. Jongens zijn namelijk beter in staat na een ruzie de relatie te herstellen. Meisjes zijn eerder geneigd na een conflict een vriendschap te doorbreken.
Wat doe je als je kind jou of een ander slaat dan wel?

  • Maak duidelijk dat slaan absoluut uit den boze is.
  • Probeer tijdens een ruzie vastberaden en kalm te blijven.
  • Voel je je eigen handen jeuken, loop dan even weg.
  • Gaat het toch mis? Zeg sorry en bespreek samen wat je kunt doen om het goed te maken.

 
Probeer verder zo veel mogelijk te genieten van je kind(eren) in elke leeftijdsfase. Ieder kind is uniek en heeft goede en minder goede kwaliteiten, net zoals wij als hun ouders…….
Beelddenken.
Doe je ogen dicht en denk aan het woord: paddenstoel. Wat zie je?
De meeste mensen zien dan de letters P-A-D-D-E-N-S-T-O-E-L voor zich.
Een beelddenker ziet echter een prachtige paddenstoel, met rode hoed, witte stippen of een andere natuurlijk, die er erg mooi uitziet en in het bos staat.
 
In mijn praktijk kom ik regelmatig kinderen tegen waarvan de ouders mijn hulp inroepen omdat hun kind vastloopt op school met lezen, spelling of met andere problemen.
Enkele leerlingen lijken problemen te hebben die te maken hebben met dyslexie, maar na enkele lessen blijken dit toch meer problemen te zijn die te maken hebben met beelddenken en van mij dus een andere benadering vragen!
Het kind met beelddenkkwaliteiten ervaart andere problemen dan een kind met dyslexie, alhoewel er ook duidelijk raakvlakken en overeenkomsten lijken te  zijn.
Beelddenken in het algemeen is nog relatief nieuw en wordt zeker niet altijd herkend en onderkend in het onderwijs, waardoor zo’n kind vast gaat lopen of zelfs wordt gediagnosticeerd als een kind met dyslexie of een andere diagnose krijgt. Adequate hulp voor alleen maar dyslexie helpt echter niet of niet voldoende.
 
Het gearceerde stukje bovenaan was het eerste wat ik tegenkwam bij mijn eerste opleiding over beelddenken. Natuurlijk probeerde ik het direct uit en ik zag echt alleen de letters. Ik ben dus zelf een taaldenker, alhoewel ik ook kenmerken heb van een beelddenker. Uit een korte test bleek ik echter toch meer kenmerken van een taaldenker te hebben en minder van een beelddenker.
We denken allemaal wel eens in beelden. Het hoort bij mensen.
Kinderen die beelddenken, kunnen op school problemen krijgen op het gebied van taal, rekenen, lezen, tekstbegrip, concentratie en werktempo. Eigenlijk op alle gebieden. Door het vroegtijdig herkennen en erkennen van het beelddenken kunnen veel (leer)problemen worden voorkomen.
(Volgende keer meer over deze kwaliteiten!)
 

 

  • het beter is om nooit te schreeuwen tegen een kind of het kind te slaan?
  • het wél goed is als je minimaal vijf positieve opmerkingen maakt tegenover één negatieve opmerking?
  • ik er natuurlijk begrip voor heb als je wel eens boos wordt, maar als een kind wordt geslagen en later wordt dit door je te verontschuldigen of zelfs kusjes te geven, goed gemaakt door jou je van je kind een onzeker kind maakt? Misschien omdat het té verwarrend en té onzeker voor een kind is om in hetzelfde huis zowel geslagen als bemind te worden!!
  • kleuters de namen van dingen stukken beter leren als je ze die laat zeggen, in plaats van alleen aan te laten wijzen of zelf te benoemen?
  • geef je het kind dan wel voldoende tijd om het ook zelf uit te laten spreken?
  • het internetgedrag van de kinderen met stip boven aan de lijst van opvoedkwesties staat en dat de ouders zich hierover dus het meest ongerust over maken?
  • kinderen echt beter in wiskunde worden als ze jong veel en vaak met bijvoorbeeld lego spelen en hiermee constructievaardigheden ontwikkelen en ze zichzelf eigenlijk ook voorbereiden op hyperbolen en parametervergelijkingen?
  • Dit onderzocht is op een universiteit in de VS door Miles Richardson?
  • straffen niet helpt tegen liegen, maar dat je kinderen wel helpt door hen te leren en duidelijk te maken in een gesprek dat ze met hun leugens een ander kunnen kwetsen?
  • het pestgedrag op scholen nog steeds een groot probleem is?
  • leerkrachten nog meer tips over het motiveren van hun leerlingen kunnen vinden op nl.wikihow.com?
  • je mij mag aangeven over welk onderwerp je eens iets wilt lezen in mijn nieuwsbrief?
  • ik in mijn volgende brief inga op een verzoek van een ouder van één van mijn leerlingen waarom kinderen tegenwoordig toch zo slim moeten worden gemaakt, omdat ze anders wellicht niet succesvol zouden kunnen worden als ze ouder zijn?

Reacties zijn gesloten.