Nieuwsbrief 6 jaargang 1

Zesde nieuwsbrief van mijn praktijk.
Deze keer ga ik in op ‘Wanneer moet je oplet-ten’ als voorbereiding op de executieve functie timemanagement. Ik ga dieper in op ernstige leesproblemen en dyslexie en ik start met een nieuw steeds terugkomend aspect: de opvoe-dings- en de didactische vraag van de week.
Veel leesplezier!
Opvoedingsvraag van de week:
Soms schiet het er zomaar bij in. Jij hebt het druk met je baan, huishouden, eigen sores en sociale leven. Je kind heeft het nog drukker met bijbaan, sport, troep maken, vrienden en zijn eigen sores. Oh ja, én school. Hoe vaak geef jij je kind echt exclusieve, positieve aandacht?
Tip: hou eens bij in minuten hoeveel échte aandacht jij aan je kind geeft…….en ben eerlijk!
0 – 9 minuten: dit is te weinig! Één-op-ééntijd brengt je dichter bij elkaar, kweekt wederzijds begrip en vermindert stress. Op die momenten ben je er alleen voor die ene zoon of dochter, zonder je te laten afleiden door je mobiel, je andere kinderen of je partner. Zelfs ouders met een driedubbele baan moeten ergens een gaatje kunnen vinden. Gewoon doen!
10 – 19 minuten. Dit wordt gezien als de ondergrens van het ideale aantal minuten per dag. Doe hierin watje kind wil. Laat je kind de regisseur zijn. Zorg dat hij/zij het niet ziet als een heilig moeten, want afgedwongen kwaliteits-tijd is dodelijk voor jullie relatie. De kunst is deze tijd niet te verpesten door er stiekem toch weer allerlei morele lesjes in te stoppen. Kinderen hebben heel goed in de gaten als ze ‘werkmateriaal’ zijn.
20 – 30 minuten. Jij weet hoe het moet! Kinderen floreren bij dertig minuten exclusieve papa-of-mamatijd/jij&ik-tijd per dag. Bij kleine kinderen breng je die tijd letterlijk op de grond door: je gaat naast ze zitten om samen te spelen of een puzzel te maken. Voor een puber is 20 minuten lang genoeg. Het laat zien dat je in het kind geïnteresseerd bent, waardoor het kind zich geliefd en gewaardeerd voelt. Het biedt hem een veilige gelegenheid om emotioneel te groeien, omdat hij bij jou zijn sociale vaardigheden kan oefenen en gevoelens leert uiten. Het verdiept jullie band. Het kan zelfs zijn gedrag verbeteren. Soms is negatief gedrag een schreeuw om aan-dacht!
Meer dan 30 minuten. Je kunt ook overdrijven! Misschien zitten jullie dan toch echt iets te veel boven op elkaar. Hoe heilzaam exclusieve aandacht met hun vader of moeder ook is, het kind en vooral pubers leren toch nog altijd het meest van hun leeftijdsgenoten. ‘Schop’ je kind af en toe de deur uit. En ga zelf ook iets voor jezelf doen!

Didactische vraag van de week:
Dit is lastig voor mij, omdat ik zeker niet wil bereiken dat collega’s mij zien als iemand die de wijsheid in pacht heeft…..
Soms hoor ik van leerkrachten dat een leerling zich niet optimaal concentreert in de ogen van de leerkracht!
Hoe kan ik ervoor zorgen dat het kind zich beter concentreert in mijn les aan het kind?
Als antwoord hierop zou ik willen geven:

  • Laat het kind tekenen, kleuren, krassen, etc. terwijl jij iets uitlegt of voorleest. Hierdoor concentreert het (beeldden-kende) kind zich veel beter;
  • Ga eens meer in gesprek met het kind. Het kind kan vaak aangeven wat hem of haar hindert bij zijn of haar concen-tratie;
  • Observeer het kind op een adequate manier en bepaal of het inderdaad zijn concentratie is die minder goed is op dat moment, of is het de motivatie, het geklets van de andere kinderen in het groepje, het druppelen van de kraan, etc. Bekijk de situatie breder alstublieft!

Executieve functies.
In mijn vorige nieuwsbrieven besprak ik de executieve functies organisatie en planning.  Organisatie is de vaardigheid waarmee je voor-werpen of gedachten op een logische manier ordent. Toen sprak ik over planning: wát moet ik doen? Bij de denkvaardigheid planning denk je na over wat je wilt doen en over de manieren om daar te komen én hou je rekening met de obstakels die je tegen kunt komen.  
In deze nieuwsbrief ga ik in op de focus: wanneer moet je opletten? Dit doe ik als voorbereiding op de executieve functie: timemanagement die de volgende keer aan de beurt is.
Soms is het je niet goed kunnen concentreren een probleem voor je om succesvol te zijn in het leren, het sporten en andere aspecten in je dagelijkse leven. Soms lijk je een soort van dromer te zijn, lijk je niet goed te luisteren en lijk je afgeleid te zijn. Enkele leerlingen van mij met beelddenkkwaliteiten komen over bij andere mensen alsof zij niet geïnteresseerd zijn in hetgeen hen op een bepaald moment wordt verteld, terwijl zij zich juist optimaal concen-treren, maar dit is dan een bepaalde houding die bij dit kind hoort. Als hier niet adequaat op in wordt gegaan, wordt dit kind getypeerd als een kind met concentratieproblemen of erger!

Soms is er echter sprake van echte concentratie-problemen, waardoor ook (school)taken niet op een efficiënte manier kunnen worden afgehan-deld. Vaak helpt het al een beetje als je je van het probleem bewust bent dat je concentratie niet optimaal is, gaat e.e.a. al beter, want je doet dan al veel beter je best om toch beter geconcentreerd te zijn en je te focussen. Ook de andere persoon, je leerkracht, vriend, docent, coach, baas, etc. gaat je dan al met andere ogen bekijken. Dit soort problemen komt vaak pas aan de orde op de middelbare school. Vaak treft het kinderen die slim zijn en op de basisschool met zeer geringe aandacht toch succesvol waren, maar zich nu veel meer moeten inzetten, waardoor allerlei problemen aan de orde komen. De helft van de tijd opletten, werkt opeens niet meer. Soms ook merkt de ander het in een gesprek als je problemen hebt met je concen-tratie en het lijkt alsof je aan het dagdromen bent. Het is dus van groot belang om je focus te verbeteren. Met focus bedoel ik de denkvaar-digheid die je helpt om ergens aan te beginnen en je inspanning en aandacht erbij te houden zodat je het ook afmaakt. Focus helpt om met een taak bezig te blijven, ondanks alle afleidingen om je heen. Focus gaat erom dat je in het heden bent. In plaats van aan het verleden of de toekomst te denken of je gedachten naar iets anders te laten afdwalen, richt je je aandacht heel bewust op iets. Dat helpt om ergens op een efficiënte manier aan te beginnen en om je aandacht en je inspanning vast te houden zodat je het zo goed mogelijk kunt afronden. Soms denken mensen dat iemand met bijvoorbeeld de diagnose ADHD zich nergens op kan concentreren. Dat is niet waar. Het kost mensen met ADHD of mildere aandachtsproblemen meer moeite om hun aandacht van de ene activiteit naar de andere te schakelen of om zich met iets bezig te houden dat ze als saai ervaren. Veel mensen met aandachts- en concentratieproblemen kunnen hun aandacht wél langer op iets richten dat ze interessant vinden, zoals gamen, muziek luisteren, lezen, kunstzinnig bezig zijn, sporten of iets bouwen. Dan zijn ze juist heel erg geconcen-treerd en hebben er helemaal geen moeite mee om aan iets te beginnen en af te maken.
Situaties en bezigheden waar focus bij nodig is:

  • beginnen en afmaken van saaie of vervelende taken;
  • afleiding negeren wanneer je huiswerk maakt, de kamer poetst, je werk doet;
  • doorgaan met je werk nadat iemand je  lastig kwam vallen;
  • je aandacht bij instructies houden die iemand je geeft;
  • binnen een redelijke tijd aan iets beginnen;
  • in staat zijn je aandacht van het ene naar het andere aspect te verplaatsen wanneer iemand je dit vraagt;
  • in staat zijn om een vergadering, een lesuur, een kerkdienst, etc. uit te zitten;
  • naar iemand luisteren, wachten tot hij is uitgepraat en dan passende vragen stellen;
  • op je gesprekspartner, leerkracht, baas, vriend, etc. blijven letten en andere afleidbare factoren negeren.

Focus helpt dus ook om af te stemmen op wat écht belangrijk is. Er gebeurt vaak van alles om je heen, geluiden van buiten of mensen die praten. Als je je dan goed kunt concentreren, helpt dat om te onderscheiden welke geluiden en gebeur-tenissen op dat moment belangrijk voor je zijn en welke niet. Als je je concentratie weet vast te houden, is dat ook goed voor je omgang met ande-ren. Je wordt dan ook als een goede luisteraar en zorgzame vriend beschouwd.
Als je hier problemen mee hebt, ga dan eens na wanneer je hier precies moeite mee hebt. Als je dit wilt verbeteren, heb je een combinatie van kennis, zelfonderzoek en inspanning nodig. En wellicht een coach! Kies aanvankelijk niet meer dan twee gebieden waarin je beter zou willen worden. Maak duidelijke en haalbare doelen en tussendoelen. Ook hier zijn telefoons en iPods erg handig vanwege de wekker- en timerfunctie die je kunnen waarschuwen dat je ergens aan moet beginnen of om bij te houden hoelang je aan een bepaalde taak werkt. Bepaalde muziek (geen tv) kan soms helpen om de aandacht erbij te houden. De muziek blokkeert andere geluiden, maar je hoeft er niet per se naar te luisteren. Een luisterboek is voor jou misschien beter dan een ‘gewoon’ boek. Kijken naar dvd’s over biologie, astronomie, geologie, geschiedenis en maatschap-pijleer is een geweldig middel om meer kennis op te doen over een bepaald onderwerp en je belangstelling mee te prikkelen.
Volgende keer meer over timemanegement wat goed is als het lijkt alsof je té veel te doen hebt.
Dit is een executieve functie die helpt om taken efficiënt te beginnen en af te ronden.

Leesproblemen en/of dyslexie.
Dyslexie is een leerstoornis waarbij mensen ernstige problemen ondervinden bij het technisch leren lezen en/of spellen. Daardoor worden zij belemmerd optimaal van het onderwijs te profiteren. Al jarenlang wordt hier op allerlei manieren gezocht naar dé oplossing om dit probleem op te lossen. Als een kind leespro-blemen heeft, betekent dit nog niet dat het ook dyslexie heeft. Ik wil u graag vertellen in mijn nieuwsbrieven waar u op kunt letten als het lezen van het kind niet wil vlotten en u zich zorgen maakt, omdat er bijvoorbeeld ook dyslexie voorkomt bij iemand in de familie van het kind, wat er op school besproken moet worden, hoe het kind het beste kan worden geholpen, hoe lezen aantrekkelijker gemaakt kan worden voor kinderen met dyslexie, van welke speciale hulpmiddelen het kind gebruik kan maken om leren en lezen te vergemakkelijken en vooral om de goede communicatie te onderhouden. Ik ga in eerste instantie dus nog niet in op hoe ik als dyslexiespecialist een leerling met dyslexie behandel. Vaak is veel doorzettingsvermogen en vasthoudendheid nodig om ervoor te zorgen dat kinderen met dyslexie in welke leeftijd dan ook het onderwijs kunnen volgen dat aansluit bij hun capaciteiten. Het kind heeft echter niets aan ons medelijden en ook niets aan wat af en toe gebeurt als alle minder goede punten die worden behaald door het kind worden afgedaan als oorzaak van dyslectische problemen. Als het kind op een goede en adequate manier is geholpen, kan het dyslexie nooit overwinnen, maar wel leren omgaan met de problemen die dít kind ervaart als gevolg van de dyslexie. Ik ben hier in mijn vorige nieuwsbrief uitvoerig op ingegaan.
Vandaag wil ik ingaan op het feit dat ouders erg belangrijk zijn, ook in het proces van behandeling van dyslexie.

Dyslexie kan het gevoel van eigenwaarde bij een kind zwaar ondermijnen. Het kan tot frustraties leiden als het kind wel voldoende intelligent is, maar het technisch lezen niet onder de knie kan krijgen. Intussen lijkt dit proces bij klasgenoten probleemloos te verlopen. Daarbij komt dat lezen voor deze kinderen ook nog eens extra veel inspanning kost en dat hun vaak grote inzet niet wordt beloond met een goed resultaat. Zo kunnen motivatieproblemen ontstaan, waardoor kinderen weigeren te blijven oefenen met lezen.
Ouders zijn zeker in deze omstandigheden heel erg belangrijk voor hun kind en ik noem hen dan ook niet voor niets dé experts voor hun kind dat zij aan mij toevertrouwen om te behandelen en te helpen. Wanneer er op school problemen ontstaan, zullen ouders dat thuis vaak merken aan het gedrag van hun kind. Soms wordt een kind lastig, vaak juist stil en teruggetrokken. Soms wil een kind niet meer naar school. Soms ontwikkelt het allerlei lichamelijke klachten en kan het kind dáárdoor vaak niet naar school. Het is van groot belang dat ouders deze signalen serieus nemen en ze tijdig bespreken met de leerkracht of docent. Ouders zijn dus onmisbaar in de ondersteuning van hun kind. Leren omgaan met dyslexie, het voortdurend aanmoedigen, daarin is een belangrijke taak weggelegd voor ouders. Daar-naast kunnen zij een waardevolle rol spelen bij het oefenen en trainen, omdat juist kinderen met dyslexie veel extra oefening nodig hebben om een minimaal technisch leesniveau te bereiken, waarmee ze verder kunnen komen in het onder-wijs. Omdat er op school nu eenmaal veel gelezen moet worden, is het gevolg van dyslexie dat kinderen worden belemmerd optimaal te profite-ren van het onderwijs, ondanks de wel aanwezige capaciteiten. Om deze reden is het belangrijk dat dyslexie zo vroeg mogelijk wordt ontdekt. In eerste instantie om te voorkomen dat het kind een leerachterstand oploopt en zijn zelfver-trouwen verliest, maar ook omdat de hersenen, op de leeftijd waarop een kind het eerste leeson-derwijs krijgt, nog sterk beïnvloedbaar zijn. Men zegt wel dat de plasticiteit (veranderbaarheid) van de hersenen dan het grootst is. Alles wat later ingehaald moet worden, kost extra veel inspanning of is minder goed mogelijk. Hoe eerder een gerichte aanpak van de lees- en spelling-problemen kan starten, hoe groter de kans op succes en hoe kleiner de kans dat een kind gaat lijden onder bijkomende emotionele problemen. Gedragsproblemen en faalangst komen nogal eens voor als dyslexie niet goed wordt aangepakt.
U kunt en mag mij altijd raadplegen als u vragen heeft over mogelijke leesproblemen en/of dyslexie!
Volgende keer meer over de signalen die op ernstige leesproblemen of dyslexie kunnen wijzen!
 
 
 

  • ouders een belangrijke functie hebben bij de afstemming tussen alle deskundigen die met het kind werken, zoals de leerkracht, de remedial teacher, de kinderarts, etc.?
  • dat het niet handig is als er verschillende adviezen worden gegeven of dat er verschillende strategieën worden aangeleerd?
  • voor beide partners, ouders en school, het belangrijk is zich te realiseren waar ieders verantwoordelijkheden liggen?
  • ouders de eindverantwoordelijkheid hebben voor de opvoeding van hun kind en daarover de regie voeren?
  • ouders zichzelf maar moeten beschouwen als een regisseur in een toneelstuk: ze hoeven niet per se de deskundigheid van elke speler te hebben, maar ze kunnen er wel voor zorgen dat alle spelers elkaar op de meest ideale manier aanvullen?
  • school de eindverantwoordelijkheid heeft voor de inrichting van het onderwijs en de opvoeding op school?
  • ouders én leerkrachten de uiterst belangrijke taak hebben om voor de belangen van het kind op te komen?
  • het erg handig is en zelfs noodzakelijk is dat ouders en leerkrachten op de hoogte zijn van de achtergrondinformatie van de stoornis of het probleem van het kind?
  • er een enorme ontwikkeling is in stoornissen en het daarom erg belangrijk is om op de hoogte te blijven en jezelf erin moet blijven verdiepen?
  • ze mij daarover altijd vragen mogen stellen en ik er alles aan probeer te doen om elk probleem van ‘mijn ‘ kind in de praktijk zo goed mogelijk aan te pakken en op te lossen?
  • Ik over twee weken in ga op timemana-gement, kenmerken van dyslexie en opnieuw een didactische- en opvoedings-vraag die ik regelmatig tegenkom?
  • ik over twee weken opnieuw nieuws meld, u veel succes toewens in alles en u nu mijn hartelijke groeten doe?

Reacties zijn gesloten.