Nieuwsbrief 8 jaargang 1

Achtste nieuwsbrief van mijn praktijk.
Deze keer ga ik in op de executieve functie zelfbeheersing: stoppen, ontspannen en beslis-sen en ook op de kenmerken van ernstige leesproblemen en/of dyslexie. Ook beant-woord ik opnieuw een opvoedings- en didacti-sche vraag. In de Wist u datjes leuke infor-matie en weetjes. Veel leesplezier!

Opvoedingsvraag van de week:
Wat kan ik doen aan de problemen die mijn intelligente dochter ervaart met het rekenen? Het wordt nu een verplicht vak en ook moet ze hier examen in doen. Zij, en ik eigenlijk ook, is bang dat zij hierdoor gaat zakken!!’
Kinderen vinden rekenen soms moeilijk omdat er sprake is van ernstige rekenproblemen of dyscal-culie, een rekenstoornis. Het rekenen gaat dan niet vlot en het kind doet er lang over om rekensommen op te lossen. In mijn praktijk zitten diverse leerlingen met dit soort problemen en ik kan je vertellen dat dit soms echt heftig is. Super intelligente en verder succesvolle oudere jongens en meisjes die dan tobben over sommen als: 32 x 4 + 640 : 8 =. Voor hen erg frustrerend. Ik heb hier ook begrip voor en ook heb ik bewondering voor hun volharding en hun inzet om te blijven oefenen. Zij voor mijn geduld om e.e.a. nogmaals en opnieuw uit te leggen, zoals ze regelmatig zeggen. Soms krijgt een leerling met een verklaring voor dyscalculie langer de tijd voor de toets. Ondanks wekenlange voorbereiding door mij als remedial teacher, oefenen en nog eens oefenen, is het cijfer toch nog lager dan verwacht, echter wel voldoende om te kunnen slagen. Als er niet geoefend zou zijn, zou het maken van een rekentoets zinloos zijn. Dit jaar gaat deze rekentoets bij de kernvakken horen voor het centraal schriftelijk examen. Nu al slagen veel leerlingen met een 5 in hun kernvak-ken. Als hier nóg een kernvak bij komt, wat voor havo en vwo het geval is, zal het zakkings-percentage stijgen. Eigenlijk is het niet eerlijk voor deze kanjers die moeite hebben met rekenen en/of wiskunde, maar die wel heel goed zijn in de andere vakken. Zij zijn er echter niet mee gebaat dat ik/wij medelijden met het kind heb(ben), zij zijn gebaat bij daadwerkelijke hulp. Dus: kijk vooruit en neem contact op met mij als ook uw kind hier problemen mee heeft. Ik laat u desnoods contact opnemen met de ouders van reeds geholpen leerlingen, zodat u ook aan hen vragen kunt stellen.
Didactische vraag van de week:
‘Wat kan ik doen aan een kind met gedrags-problemen in mijn klas? In je vorige brief vertelde je dat ik (ook) naar mijn eigen leerkrachtgedrag moet kijken. Wat als ik vind dat het toch echt aan het kind zelf ligt en dus niet aan de ouders of aan mij?’
Ik heb inderdaad verteld dat het belangrijk is dat er niet alleen gekeken wordt naar het kind, maar naar de totale omgeving van het kind. Belangrijk is ook dat er een gesprek wordt gevoerd met het kind waarom het kind dwarsligt. En in dat gesprek moet vooral het kind praten en niet de onderzoeker. De meeste kinderen kunnen dat op hun eigen manier goed verwoorden, mits er een vertrouwelijke band is met de onderzoeker.
Een leerkracht moet voor een kind voorspelbaar zijn. Hij moet vertellen wat hij gaat doen en het vervolgens ook op die manier doen. Reageer en handel zo consequent mogelijk. Afspraak is afspraak en als iemand zich daar niet aan houdt, kan dat flinke problemen opleveren.
Een leerkracht moet ook positieve controle uitoefenen in plaats van negatieve. Over het algemeen vertelt een leerkracht wat er verkeerd gaat. Juist wat goed gaat moet worden benoemd. Als de leerkracht iets moet benoemen wat niet goed gaat, kan hij het beste gebruik maken van de ‘ik-boodschap’. Die is minder aanvallend, omdat hij niet zegt wat jij verkeerd doet, maar wat de ander vindt. Het kind voelt zich dan niet afgewezen als persoon.
Preventie gedragsproblemen:

  • Zet allereerst in op de relatie met kinderen;
  • Kinderen willen ‘gekend’ worden, de leerkracht moet ze zien staan. Als een kind bijvoorbeeld zijn werk netjes maakt en er volgt geen erkenning door een opmerking of een gebaar, zal het kind minder geneigd zijn volgende keer weer zo netjes te werken;
  • Zorg dat je bij de klasdeur staat als de school begint en verwelkom de kinderen door ze een hand te geven en een kort praatje te houden;
  • Bekijk zo nu en dan hoe de kinderen kijken. Een kind met een boos gezicht, een verdrietige blik…..maar ook een blije blik, kan aanleiding zijn voor een praatje;
  • Bewaak de relaties tussen de kinderen onderling. Wees alert op pestgedrag, maar ook op sociaal gedrag. Bespreek het met je groep;
  • Zorg voor een duidelijke, voorspelbare omgeving, dus werk met een dagplanner wat goed zichtbaar is voor alle kinderen in de klas;
  • Zorg voor voorspelbare lessen, vertel wat de kinderen gaan leren, liefst ook nog waarom ze dat doen en bekijk na afloop samen of dat gelukt is. Als je vindt dat het gelukt is, geef een compliment; als het niet gelukt is, leg de schuld dan niet meteen  bij de kinderen, maar bijvoorbeeld bij de leerstof en stel de kinderen gerust;
  • Zorg voor een positieve groepssfeer;
  • Geef de groep verantwoordelijkheid, maak samen de groepsregels aan het begin van het schooljaar, laat de kinderen zelf regelen op welke manier het lokaal wordt opgeruimd, leer ze zelf hun eigen werk nakijken, etc.;
  • Vraag jezelf bij een overtreding eerst af of de regels echt gekend en begrepen zijn;
  • Zorg ervoor dat de kinderen veel succeservaringen opdoen en benoem die ook. Hoe specifieker je benoemt wat goed gaat, hoe beter dit werkt. Dit noem je feedback op het proces (Je hebt lekker stil gewerkt en daardoor ziet je werk er prima uit. Dit werkt beter dan alleen maar: Goed zo);
  • Verwacht veel van je groep en spreek dit ook uit;
  • Behandel iedereen gelijkwaardig, maar niet gelijk;
  • Leerkrachten zijn voor leerlingen oneindig veel belangrijker dan zij zelf denken, omdat ze compleet afhankelijk zijn van hun leerkracht;
  • Benoem vooral wat goed gaat en niet wat fout gaat;
  • Signaleer leerproblemen op tijd en pak ze aan. Langdurig voorkomende leerproblemen leiden vaak tot gedragsproblemen.

Executieve functies.
In mijn vorige nieuwsbrieven besprak ik de executieve functies organisatie en planning.  Organisatie is de vaardigheid waarmee je voor-werpen of gedachten op een logische manier ordent. Toen sprak ik over planning: wát moet ik doen? Bij planning denk je na over wat je wilt doen en over de manieren om daar te komen én hou je rekening met de obstakels die je tegen kunt komen.  Daarna ging ik in op: wanneer moet je opletten?
In de zevende nieuwsbrief is timemanagement aan de beurt geweest: wanneer je té veel te doen hebt.
Nu ga ik in op zelfbeheersing.
Voor zelfbeheersing moet je met je gevoelens om kunnen gaan. Mensen met zelfbeheersing hebben vaak een gelijkmatig humeur. Zelfbeheersing helpt ook om vol te  houden, ook al raak je gefrustreerd omdat iets moeilijk  is.
Een tweede onderdeel van zelfbeheersing houdt in dat je in staat bent om een handeling te stoppen of uit te stellen en na te denken voordat je doorgaat. Zelfbeheersing is een belangrijke vaardigheid voor je veiligheid, om je op de juiste manier te gedragen en goede beslissingen te nemen. Zelfbeheersing helpt om een situatie te overzien en te begrijpen voordat je iets doet.
Er zijn situaties waarin het heel moeilijk is om je zelfbeheersing te bewaren en misschien is het soms ook wel niet nodig. Als je team bijvoorbeeld een kampioenschap heeft gewonnen, krijg je vast zin om te springen van blijdschap. Als je relatie stopt en je verdrietig bent, mag je je gevoelens de vrije loop laten en huilen of je verdrietig voelen. Maar in beide situaties geldt dat het ook weer niet goed is als je het te ver laat gaan of te lang laat duren. Vorige week had ik ook hard mijn zelfbeheersing nodig, toen mijn man en ik, samen met onze twee zoons, besloten om onze lieve Duitse herder Miepje in te laten slapen.
Voor zelfbeheersing moet je een bepaalde volwassenheid hebben. Dat een tweejarige een woede-uitbarsting krijgt wordt als normaal beschouwd, maar een vijftienjarige die zich zo gedraagt, wordt als onvolwassen gezien. Hou ouder je wordt, hoe meer de zelfbeheersing van binnenuit moet komen. Dat betekent dat je je eigen handelingen moet sturen en er niet op kunt blijven vertrouwen dat je ouders, je partner en leerkrachten de regels voor je bepalen en in de gaten houden wat je doet.
Zelfbeheersing wordt vaak gebruikt in situaties met andere mensen. Je doet bijvoorbeeld een beroep op je zelfbeheersing wanneer je ophoudt met praten en pas weer begint wanneer iemand anders is uitgesproken, of wacht totdat je weer aan de beurt bent in een spel. Je maakt er ook gebruik van wanneer je wacht tot iemand zijn vraag heeft geformuleerd voordat je begint te antwoorden of wanneer je je hand opsteekt in de klas i.p.v. zomaar iets te roepen. Zelfbeheersing is ook belangrijk in emotionele situaties. Je bent in staat om diep adem te halen en je in te houden wanneer iemand iets kwetsends zegt, i.p.v. je defensief of boos te gedragen of naar die ander uit te halen.
Waar vaak niet aan wordt gedacht is de situatie van zelfbeheersing om je antwoorden op een proefwerk eerst na te kijken, voordat je het inlevert, eerst te checken op fouten met spelling bij het maken van deze nieuwsbrief. Maar ook de verantwoordelijkheid nemen voor je daden wanneer je iets verkeerd hebt gedaan. Je helm opzetten voordat je op je brommer stapt. De instructies lezen voordat je iets opstart of voordat je aan dat proefwerk begint. Jezelf inhouden voordat je een woedeaanval krijgt wanneer je niet krijgt wat je wilt. Niet overdre-ven reageren op een situatie die anders loopt dan je wilt, etc.
          
De eerste stap om je zelfbeheersing te vergroten is leren zien wanneer een situatie problematisch voor je wordt. Wanneer je dat kunt, kun je ook manieren leren om problemen beter op te lossen en met moeilijke situaties om te gaan. Zelfbeheersing kan vervolgens helpen om andere denkvaardigheden toe te passen, zoals planning, organisatie en timemanagement.
We moeten allemaal blijven nadenken en actief aan onze zelfbeheersing blijven werken.
Net zoals voor alle andere executieve functies is ook hier weer aan de orde dat je niet alles tegelijk moet proberen te gaan verbeteren. Kijk naar die gebieden en die situaties die het belang-rijkst voor je zijn en voor je groei en ontwikke-ling. Leer ook tegen jezelf praten. Ga op je handen zitten. Leer letterlijk tot tien te tellen. Leer ademhalings- en ontspanningstech-nieken. Leer blije gedachten te denken, etc.
Als het toch niet goed gaat of je ziet bij je zoon, dochter, leerling, vriend of vriendin dat e.e.a. dreigt te escaleren, zoek dan hulp en praat met iemand die je vertrouwt!
Volgende keer ga ik in op flexibiliteit.

Leesproblemen en/of dyslexie.
In mijn zesde nieuwsbrief ging ik in op dyslexie en ernstige leesproblemen en vertelde ik dat dyslexie een leerstoornis is,  waarbij mensen ernstige problemen ondervinden bij het technisch (leren) lezen en/of spellen. In de laatste nieuwsbrief vertelde ik meer over dyslexie in het algemeen.
Vandaag meer over de kenmerken van dyslexie.
Dit zijn signalen om dyslexie te signaleren. Om te komen tot een diagnose is een goede observatie nodig en een onderzoek door een gespecialiseerde remedial teacher, een GZ psycholoog of een orthopedagoog. Voor een dyslexieverklaring moet een orthopedagoog ingeschakeld worden.
Het is natuurlijk niet zo dat alle onderstaande kenmerken voor ieder kind allemaal gelden!!!
De vroege ontwikkeling:

  • Later gaan praten;
  • Langer blijven hangen in ‘krompraten’;
  • Een eigen taaltje ontwikkelen;
  • Slecht verstaanbaar spreken, matige articu-latie;

Groep 1 en 2:

  • Moeite om namen, kleuren en versjes te onthouden;
  • Nog krompraten, zwakke zinsbouw en gram-matica;
  • Matig fonemisch bewustzijn:
  • Zwakke auditieve discriminatie, synthese, analyse en geen gevoel voor rijmen;
  • Geen belangstelling voor letters en woorden, geen zin om eigen naam te leren schrijven;

Groep 3, 4 en 5:
Kenmerken algemeen:

  • Matig fonemisch bewustzijn, m.n. auditieve analyse;
  • Weinig belangstelling voor of zin in lezen, schrijven, taal;
  • Problemen met taalstructuur-oefeningen in taalmethode, bijvoorbeeld zinnen maken of veranderen;
  • Bij zwakke taalvorderingen wel goede reken-prestaties: rekenbegrip goed, automatiseren en/of tafels tot 10 leren matiger;
  • Zwakke concentratie in de klas, vooral bij het verwerken van talige informatie, bijvoorbeeld uitleg door de leerkracht;
  • Vergeetachtig, ‘slordig’ in de klas;
  • Komt jonger over;
  • Wisselende leerhouding, goede dagen, slechte dagen;
  • Bij spontaan spreken nog grammaticale fouten of zinsbouwproblemen;
  • Kan iets niet goed samenhangend uitleggen;
  • Woordvindingsproblemen;
  • Spreekt met weinig intonatie; zwakke articu-latie;
  • Zwakke tijdsoriëntatie;

Kenmerken lezen:

  • Eerst traag, spellend lezen; in later stadium neigen tot radend lezen;
  • Haperend lezen en veel herstellen vanuit context;
  • Moeite met korte taalstructuurwoorden, zoals de, want, maar, wat, etc.;
  • Soms onnatuurlijk of monotoon lezen;
  • Na langere tijd steeds meer fouten en moeizamer lezen;
  • Zwakke articulatie, minder goede mondmo-toriek;
  • Navertellen is soms goed;
  • Bij redelijk technisch leesniveau is het begrijpend lezen voldoende;

Kenmerken spellen:

  • Vooral veel fouten, van allerlei aard;

 

  • Problemen met korte/lange klanken (o-oo, a-aa, e-ee, u-uu);
  • Bij klankzuivere woorden klanken (letters) weglaten, met name klinkers;
  • Problemen met discriminatie u-ui-eu-uu;
  • Problemen met de stomme klanken;
  • Problemen met klankposities (klankvolgorde);
  • Samengestelde woorden los opschrijven;
  • Losse woorden aan elkaar schrijven;
  • Soms woordverminkingen;

Groep 6, 7 en 8:
Kenmerken algemeen:

  • Geen zin in lezen en boeken;
  • Taalstructuuroefeningen in taalmethode kun-nen problemen opleveren;
  • Matige concentratie, vooral bij taalvakken;
  • Wisselende leerhouding (goede dagen, slech-te dagen);
  • Tegen het einde van het schooljaar duidelijk vermoeid;
  • Na vakantie moeilijk op gang komen op school;
  • Langzaam met schriftelijke verwerking van leerstof;
  • Bij zwakke taalvorderingen rekenen vol-doende tot goed;
  • Soms mindere prestaties bij hoofdrekenen en verhaaltjessommen;
  • Belangstelling voor de zaakvakken, maar schriftelijke verwerking en huiswerken leren gaan moeizaam;
  • Kan iets niet goed samenhangend uitleggen;
  • Woordvindingsproblemen.

Kenmerken lezen:

  • Veel radend lezen en herstellen vanuit de context;
  • Taalstructuurwoorden worden minder vlot gelezen dan woorden met concrete inhoud;
  • Bij leesniveau op woordniveau nog zwakke prestatie;
  • Soms onnatuurlijk, niet dynamisch/melodisch lezen;
  • Na langere tijd lezen moeizamer lezen;
  • Matige articulatie;
  • Inhoud van een verhaal wordt wel onthouden;
  • Begrijpend lezen is voldoende, maar het kind heeft wel meer tijd nodig;

Kenmerken spellen:

  • Nog steeds moeite met correct schrijven van klankzuivere woorden (luisterwoorden);
  • Een klank of een gedeelte van een woord weglaten;
  • Problemen met korte en lange klanken;
  • Vergissingen met klinkers e.d.;
  • Relatief meer problemen met spellingregels, m.n. rondom de open en gesloten lettergreep;
  • Samengestelde woorden los schrijven;
  • Woordverminkingen;
  • Het leren van bordrijwoorden, woordpak-ketten e.d. (woorden vanuit de spelling-methode van school) lukt wel, maar bij spontaan schrijven (bijvoorbeeld een opstel of een boodschappenbriefje) veel fouten;
  • Snel, klakkeloos opschrijven, geen reflectie;
  • Het woordbeeld van moeilijke woorden op groep 7/8 niveau (bijvoorbeeld leenwoorden) komt moeizaam tot stand.

Als er vragen zijn over de leesproblemen die u zelf of uw kind of uw leerling ervaart, bent u van harte welkom voor meer informatie.
Volgende keer meer over een ander onderwerp!

 
 

  • steeds meer tieners zich melden bij de huisarts of psycholoog met burn-outklachten als oververmoeidheid, te veel stress, slapeloosheid en paniekaan-vallen?
  • hier een prima en nieuw hulpboek voor is verschenen en dat dit Stop met stressen heet?
  • hier de eerste signalen in staan van een burn-out en hoe het is en voelt als je zo jong al uitgeblust bent?
  • je in dit boek ook kunt vinden hoe je kunt voorkomen dat deze stressklachten leiden tot een burn-out?
  • het ISBN nummer 9789401418355 is?
  • kinderen met AD(H)D vaker niet ontbijten dan leeftijdsgenoten zonder deze diagnose?
  • niet ontbijten is geassocieerd met minder goed functioneren op school en met overgewicht?
  • er een speciale website in het leven is geroepen m.b.t. de overgang po-vo: www.nieuweregelgevingovergangpovo.nl?
  • het fijn is om te weten dat deze website bestaat, zodat je allerlei zaken kunt opzoeken als er zich problemen voordoen?
  • ik over twee weken o.a. in ga op de exe-cutieve functie flexibiliteit en opnieuw een didactische- en opvoedingsvraag beantwoord?
  • ik over twee weken opnieuw nieuws meld, u veel succes toewens in alles wat u moet doen en moet plannen en u nu mijn hartelijke groeten doe?

 
 

Reacties zijn gesloten.