Nieuwsbrief 9 jaargang 1

Negende nieuwsbrief van mijn praktijk.
Deze keer ga ik in op de executieve functie flexibiliteit. Ook beantwoord ik opnieuw een opvoedings- en didactische vraag. In de Wist u datjes vindt u meer leuke informatie en weetjes dan u van mij in andere nieuwsbrieven gewend bent. Veel leesplezier!

Opvoedingsvraag van de week:
Wat kan ik het beste doen om mijn kind te belonen, zodat hij ziet dat ik waanzinnig trots ben op hem?’
Als je het gedrag van je kind op een positieve manier wilt beïnvloeden, is alleen corrigeren zeker niet genoeg. Je moet een kind ook belonen. Dit geldt helemaal als je wilt dat je kind iets nieuws aanleert. Net als bij straffen is het goed om daarbij een aantal zaken in je achterhoofd te houden:

  1. Geef duidelijk aan waarom je je kind beloont. ‘Wat leuk dat je zo fijn met je zusje zit te spelen’.
  2. Kom je beloning altijd na. Heb je beloofd dat jullie naar de speeltuin zouden gaan, maar blijkt het te regenen? Ga toch of leg het duidelijk uit en ga op een ander moment.
  3. Complimenten geven kun je gerust heel vaak doen – zeker bij jongere kinderen. Bij oudere kinderen zou ik wat subtieler te werk gaan om te voorkomen dat het niet onoprecht overkomt: ‘Ja, nou weten we wel dat jullie het fijn vinden dat wij de afwas doen’.
  4. Beloon je kind ook voor dingen die eigenlijk vanzelfsprekend zijn. Vergeet je ene kind consequent zijn fiets in het schuurtje te zetten en doet je andere kind dat wel braaf, concentreer je dan niet alleen op het vergeetachtige kind. Beloon het trouwe kind ook eens met een schouderklopje voor zijn goede gedrag.
  5. Met een extraatje of een cadeautje moet je voorzichtig zijn. Doe het af en toe onverwacht. Zeg bijvoorbeeld tegen je kind dat je het zó fijn vond dat hij de hele week uit zichzelf zijn huiswerk ging maken, dat hij nu naar de film mag met een vriend of vriendin. Een ouder van een leerling in mijn praktijk gaf haar dochter uit groep 6 onverwacht schaatsen, omdat zij waanzinnig trots was op haar. De dag erna kon het meisje de schaatsen al heel trots laten zien aan een vriendin, omdat zij met de hele klas gingen schaatsen voor een goed doel. Voor mij was het heel fijn om de oprechte blijdschap te zien bij mijn leerling en de uitingen van verbazing aan te horen, omdat zij dit cadeautje had gekregen, omdat zij zich overal zo goed voor inzet en haar best doet. Verbaas je niet als een kind je een volgende keer probeert ‘uit te buiten’: ‘Ik ben heel aardig geweest, mag ik weer naar de film?’ Dat is een logische reactie. Wees je er wel van bewust dat als je kinderen té vaak iets geeft, ze uiteindelijkveel minder gemotiveerd zullen zijn om zich goed of aardig te gedragen. Je krijgt dan een situatie waarin ze bij alles wat je van ze vraagt, terugvragen: ‘Wat krijg ik daarvoor?’
  6. Laat je kinderen altijd – dus ook als ze extreem lastig zijn – weten dat je van ze houdt. Wijs nooit je kind af, maar benoem dat je het gedrag van dat moment afkeurt en dat niet kan accepteren of tolereren.

Didactische vraag van de week:
‘Wat kan ik het beste doen met een kind in de klas die negatieve aandacht vraagt?’
Enkele leerlingen worden ook wel aandacht eisende kinderen genoemd. De leerling trekt dan op negatieve wijze de aandacht van de leerkracht. Zijn gedrag is er op gericht dat de leerkracht wel moet reageren. Die vervelende acties (tegen de leerkracht, tegen de andere leerlingen of tijdens het werken) onderneemt hij dan ook meestal pas, wanneer hij weet dat de leerkracht kijkt. Er is sprake van doelbewuste provocatie. Opvallend is dat de leerling ook regelmatig op positieve (soms overdreven) wijze de aandacht op zich probeert te vestigen. Dit positieve gedrag wordt te makkelijk geïnter-preteerd als slijmen of uitsloven. Het is ook mogelijk dat er absoluut geen momenten van goede wil meer zijn……! Ga in ieder geval altijd in gesprek met je leerling en laat hem of haar praten, waarbij jij heel goed luistert en observeert.

Executieve functies.
In mijn vorige nieuwsbrieven besprak ik de executieve functies organisatie, planning, timemanagement en zelfbeheersing.  Vandaag ga ik in op flexibiliteit.
Flexibiliteit helpt je om je aan te passen aan onverwachte gebeurtenissen en teleurstellingen. Het helpt je om je aan een situatie aan te passen, zoals wanneer je vriendin een logeerafspraak afzegt of het zwembad gesloten is vanwege een storm of je reis wordt geannuleerd.
Flexibel zijn helpt niet alleen om problemen op te lossen en je aan nieuwe situaties aan te passen, het is ook een belangrijk instrument voor geluk. Kinderen en tieners denken soms dat alles in hun leven zal gaan zoals zij dat willen. Als jij dat ook denkt, heb ik een droevige mededeling voor je: “Lang en gelukkig’ bestaat alleen in sprookjes en nu wonen we wel dicht bij De Efteling, maar toch! Je leven zal hopelijk gaan zoals jij dat wilt, maar je moet flexibel zijn als je verdriet en teleurstellingen te verwerken krijgt. Het goede nieuws is dat je kunt leren je aan te passen en het beste van een situatie te maken door te begrijpen dat de dingen soms gewoon minder goed gaan. Flexibiliteit komt dus in het spel wanneer je met situaties of problemen te maken krijgt die opgelost moeten worden. Mensen proberen vaak de oplossingen opnieuw toe te passen die hen in het verleden al eens hebben geholpen. Als die niet werken, moet je flexibel zijn en iets nieuws proberen. Wellicht moet je een gewoonte veranderen waar je je prettig bij voelde of anders naar een probleem gaan kijken. Wanneer je steeds weer dezelfde fout maakt of door hetzelfde in de problemen komt, weet je dat je flexibeler moet zijn.

Flexibiliteit is ook nodig in vriendschappen. Om goed met anderen overweg te kunnen, moet je kunnen geven en nemen. Naarmate je ouder wordt, kom je steeds meer nieuwe mensen tegen op school en bij andere activiteiten en moet je ook met anderen leren omgaan die je misschien niet echt aardig vindt.
Flexibiliteit is ook een belangrijke vaardigheid om van de ene naar de andere bezigheid te schakelen. Je moet jezelf vragen stellen als ‘Hoe kan ik dat anders doen?’ of ‘Wat kan ik nu doen nu mijn plannen mislukt zijn?’ of ‘Wat kan ik nog meer doen of wie kan ik nog meer bellen?’
Als je flexibel bent, kun je je aan nieuwe situaties aanpassen zonder per se aan oude gewoontes te willen vasthouden. Ook kun je beter met je frustraties omgaan. Je kunt teleur-stellingen en veranderingen verwerken. Je leert moeilijke situaties van de positieve kant te zien en probeert nieuwe strategieën uit.
Denk eens aan hoe een flexibele houding je in het verleden had kunnen helpen. Zou meer flexibiliteit je hebben geholpen toen je je bekri-tiseerd voelde door een ouder of leerkracht of je baas? Zou meer flexibiliteit je hebben geholpen je sneller aan een situatie aan te passen, zodat je gewoon iets anders had kunnen bedenken in plaats van al die boosheid en teleurstelling te moeten ervaren over een gewijzigd plan?
Flexibel zijn betekent niet dat je maar wat rond moet lopen en zeggen ‘maakt niet uit’. Het komt echter voor dat jouw keuzes en handelingen niet werken en je je moet aanpassen. Het moeilijkste aan flexibiliteit is weten wanneer je ‘op koers’ moet blijven en wanneer je moet veranderen. Soms moet je gewoon stoppen en jezelf afvragen of je jezelf helpt of schade berokkent met je gedrag. Als het niet helpt, is het misschien tijd om wat flexibeler te worden.
Hoe vaker je deze vaardigheid inzet, hoe beter je haar ook in nieuwe situaties leert toepassen. Je zult merken dat flexibel denken een erg belangrijk bestanddeel is van het oplossen van problemen. Je kunt dan ook gebruik leren  maken van creativiteit, andermans standpunten en feedback om je doelen te bereiken.
Je zult ervaringen opdoen. Je zult eerder nieuwe dingen gaan uitproberen. Ook al weet je nog niet of het een succes zal gaan worden.
Voordat je gaat oefenen met flexibiliteit, moet je kiezen wat je wilt verbeteren. Ga ook bij deze executieve functie niet met meer dan drie doelen aan de slag. Als je aan te veel doelen tegelijk werkt, wordt het moeilijker. Het hoort juist bij flexibiliteit dat je inziet dat je nu een paar doelen kiest, maar ook dat je ze later alsnog kunt bijstellen of andere doelen kunt kiezen.
Enkele doelstellingen om aan te werken zijn:

  • van mijn fouten leren
  • kritiek kunnen accepteren
  • creatief zijn
  • me aanpassen aan nieuwe situaties
  • omgaan met veranderingen in mijn routine
  • met gebeurtenissen omgaan die anders uitpakken dan ik had verwacht
  • omgaan met autoriteiten die eerlijk zijn
  • ertegen kunnen wanneer de andere persoon ‘nee’ zegt
  • teleurstellingen van vrienden of collega’s aankunnen
  • beter worden in het oplossen van problemen
  • Probeer dingen die je nog niet eerder hebt gedaan zodat je nieuwe ervaringen opdoet. Probeer nieuw eten, nieuwe activiteiten of een nieuw spel, nieuwe baan om te oefenen met flexibel zijn;
  • Leer je lichamelijk te ontspannen. Lichamelijke ontspanning door yoga, stretching of sporten kan interessant genoeg ook je geest ontspannen. Wanneer je lichamelijk rustig en ontspannen bent, kun je ook beter flexibel nadenken.

Volgende keer meer over het werkgeheugen.

 

  • 1 op de 18 kinderen in Nederland als gevolg van armoede onvoldoende toegang heeft tot een computer om huiswerk te kunnen maken? Dit ook geldt voor circa 5000 kinderen in asielzoekerscentra?
  • 593 kinderen met Down naar schatting op 13-jarige leeftijd nog gebruik maken van regulier onderwijs (gewone scholen), terwijl 2590 van die kinderen op een gewone school is begonnen? Ouders van kinderen met Down geven aan dat deze leerlingen vaak het beste af zijn in regulier onderwijs. Met betere training in sociale vaardigheden zou het aantal afvallers omlaag kunnen, maar wist u dat veel scholen niet de middelen hebben om dit te realiseren?
  • vorige maand, op 20 november 2014,  Het Verdrag voor de Rechten van het Kind 25 jaar bestond?
  • dit een verdrag is met 54 artikelen?
  • alle 3.500.000 kinderen die in ons land verblijven onder dit verdrag vallen, ook asielzoekerskinderen en de ongeveer 30.000 ongedocumenteerde kinderen die Nederland telt?
  • één artikel in dit Verdrag gaat over onderwijs: ‘Kinderen hebben het recht om te leren’. Basisonderwijs moet volgens het Kinderrechtenverdrag gratis en voor iedereen beschikbaar zijn. In Nederland is ook het voortgezet onderwijs gratis!
  • een ander artikel het recht hebben op een eigen mening betreft? ‘Kinderen hebben het recht om te zeggen wat ze ergens van vinden. En er moet naar hun mening worden geluisterd. Door een rechter die beslist waar het kind na de scheiding gaat wonen, door de wetgever die een nieuwe wet maakt over jongeren, maar ook door de ouders bij de opvoeding. Hoe ouder kinderen worden, hoe meer hun mening meetelt’.
  • een ander artikel liefde en zorg inhoudt? ‘Kinderen hebben het recht op ouders die goed voor hen zorgen en ze liefde en aandacht geven. Als ouders dat niet doen of niet goed kunnen, moeten kinderen beschermd worden. Bijvoorbeeld door een gezinsvoogd die een extra oogje in het zeil houdt, of, als het echt niet anders gaat, door plaatsing in een pleeggezin’
  • ik u en uw kinderen vandaag heel veel plezier toewens, hoop dat u veel cadeautjes krijgt van de lieve Sint en niet hoop dat u mee moet in de zak naar Spanje? (Alhoewel……het is daar op dit moment vast niet zo koud!!)

 

  • ik over twee weken o.a. in ga op de exe-cutieve functie werkgeheugen en opnieuw een didactische- en opvoedingsvraag beantwoord?
  • ik na mijn opleiding over het werkgeheugen vermeld sta als coach bij www.beterbrein.nl en mezelf nu ook Jungle Memory coach mag noemen, naast coach en begeleider voor kinderen met beelddenkkwaliteiten waarvoor ik vermeld sta op de sites: www.ikleeranders.nl en www.eclg.nl?

 

  • u bij mij terecht kunt en welkom bent voor informatie voor deze training en voor andere informatie die te maken heeft met leer- en/of gedragspro-blemen?
  • u dit ook mag doen als u geen kinderen heeft met wie ik werk in mijn praktijk?
  • de eerste leerling afgestudeerd is in de Jungle Memory training en vorige week van mij zijn diploma overhandigd heeft gekregen?
  • ik enorm trots ben op deze jongen uit groep 8 die keigoed heeft geoefend?
  • zijn werkgeheugen aanzienlijk vergroot is en hij dit nu toe kan gaan passen bij alle vakken in de klas en vooral bij het rekenen en begrijpend lezen?
  • ik ook heel trots ben op zijn moeder die hem acht weken lang vijf dagen per week heeft begeleid?
  • zij dus eigenlijk ook een diploma moet krijgen en dat haar werkgeheugen ongetwijfeld ook vergroot is?
  • ik over twee weken opnieuw nieuws meld, u veel succes toewens in alles wat u moet doen en waarin u flexibel probeert te zijn en u nu mijn hartelijke groeten doe?
  • u al een beetje kunt gaan nadenken over eventuele nieuwe voornemens als dit voor u nodig is?

 
 

Reacties zijn gesloten.